Lilaia

Het antieke Lilaia, gelegen aan de noordflank van de Parnassos, lag vlakbij de belangrijkste bronnen van de Kephisos, waar het ook een sterke band mee had. De Kephisos had een heiligdom bij de stad zelf, en de priester van de Kephisos was de eponieme magistraat van de stad. De stad werd verwoest in de derde Heilige Oorlog, werd nadien herbouwd. Van het theater, de agora en het badhuis is geen spoor teruggevonden. Wel zijn de stadsmuren van Lilaia duidelijk zichtbaar op de hellingen van de Parnassos.

De belangrijkste bronnen (Kefalária) van de Kephisos liggen op een afstand van zo’n 900 meter van Lilaia, waar in de oudheid de riviergod ook werd aanbeden, en enkele religieuze gebouwen hebben gestaan, die in de vroeg-byzantijnse periode zijn vervangen door twee kerkjes. Van het eerste kerkje, gewijd aan Christoforos, zijn schaarse resten bewaard direct boven de bronnen (o.a. de fundamenten van een apsis), terwijl een tweede kerkje, gewijd aan de heilige Eleousa Souvala, honderd meter verderop stond. Vooral bij dit kerkje is zoveel antieke materiaal hergebruikt (deels voorzien van christelijke symbolen), dat er haast geen twijfel is, dat hier in de buurt een tempel heeft gestaan gewijd aan de riviergod. Zoals Pausanias vermeldt, bestond een deel van de rituelen erin dat men zoetigheid in de bron gooide (10.8.10). Een tweede bron bevond zich 4-5 km. ten noordoosten van het stadje; ook daar zal de godheid zijn vereerd.

Foto’s boven en rechts de resten van de Agia Eleousa Souvala, onder de stadsmuren  van Lilaia en  de (schaarse) resten van de Agios Christoforos direct boven de bronnen.