Akropolis

De akropolis en z’n directe omgeving.

1. Ergasterion; 2. heiligdom voor Zeus Polieus; 3. tempel voor Roma en Augustus; 4. Parthenon; 5. altaar van Athene; 6. Erechtheion; 7. Pandroseion; 8. Huis van de Arrephoren; 9. Athena Promachos; 10. Chalkotheek; 11. Artemis Brauronia; 12. Propylaiën; 13. tempel voor Athena Nike; 14. monument voor Agrippa; 15. Boulé-poort; 16. Panathenaiënweg; 17. Klepsydra; 18. Apollo Hup’ Akraiais; 19. Grot van Pan; 20. Myceense trap; 21. Heiligdom van Eros en Aphrodite; 22. Peripatos-inscriptie; 23. Odeion van Perikles; 24. Tempel van Dionysos; 25. Theater van Dionysos; 26. Thrasyllos-monument; 27. Nikias-monument; 28. Stoa van Eumenes; 29. Asklepieion; 30. Ionische Stoa; 31. Odeion van Herodes Atticus; 32. Heiligdom van de nimfen.

 

Propylaiën

De propylaiën en de pinakotheek. De propylaiën, het monumentale poortgebouw tot de Akropolis, werden pas gebouwd nadat het Parthenon al grotendeels was voltooiden, toen de Peloponnesische oorlogen inmiddels hadden geleid tot een financiële crisis. Dezelfde financiële crisis is er de oorzaak van geweest, dat het geheel uiteindelijk niet is afgebouwd.

 

Twee vleugels van verschillende grootte flankeerden de tempelachtige façade, met aan de noordkant de pinakotheek, een zaal met schilderijen waar mogelijk ook ceremoniële maaltijden werden gehouden. Aan de zuidzijde was alleen ruimte voor een voorvertrek gericht op het (later gebouwde) tempeltje van Athena Nikè.

 

Onder: de Pinakotheek als banketzaal en een doorsnede door de Propylaiën (beide tekeningen uit “Stad in de Oudheid”  van P. Connoly

 

Athena-Nikè

De tempel van Athena Nikè, met op de voorgrond het voetstuk van het Agrippa-monument. Dit monument, gebouwd uit marmer van het Hymettos-gebergte, was halverwege de 2de eeuw voor Chr. opgericht als voetstuk voor een strijdwagenbeeld voor een koning van Pergamon. In 27-12 voor Chr. liet Augustus het beeld verwijderen en vervangen door een standbeeld van zijn schoonzoon Marcus Agrippa. Als het licht gunstig is, kan men de naam van Agrippa nog steeds zien op het voetstuk.

Bouwgeschiedenis en uiterlijk

 

De tempel voor Athena Nikè is waarschijnlijk ontworpen en gebouwd door de architect Kallikrates in 437 v.Chr. Hij staat op de restanten van een oudere tempel, gebouwd door Kimon (468 v.Chr.), waaronder weer de fundamenten liggen van een houten tempeltje uit de tijd van de Peisistratiden (561-510 v.Chr.). Een indruk van zo’n houten tempeltje geven Griekse vazen, zoals links.

 

In 1668 hebben de Turken het tempeltje gesloopt om van het bouwmateriaal een bastion te bouwen aan de ingang van de akropolis, toen de Venetianen onder Morosini op het punt stonden Athene aan te vallen. Na de verdrijving van de Turken in 1836 hebben eerst de Fransen een poging gedaan het tempeltje te reconstrueren. Honderd jaar later in 1936-1940 hebben N. Balanos en A. Orlandos het tempeltje weer grotendeels uit elkaar gehaald om de tekortkomingern uit de eerste reconstructie te herstellen. Vanwege o.a. de grote hoeveelheid cement die Orlandos gebruikte, was in 2000 een nieuwe reconstructie noodzakelijk. Deze is inmiddels voltooid.

 

 

De beide stukken hier getoond (elk ongeveer 1.70 m. Lang, nu in het British Museum) laten heel duidelijk zien dat de strijd ging tussen Perzen en Grieken. De vorm van het schild van de man linksboven is duidelijk Perzisch, terwijl ook de ruiter boven een broek draagt en dus als Pers is te herkennen. De slag bij Plataia was de belangrijkste veldslag waarbij de Perzen hun ruiterij inzetten. Onder is het moment getoond dat Masistios wordt gedood. Nog in 160 na Chr. werden aan Pausanias het vergulde borstpantser van Masistios getoond en zijn “akinakes”, een Perzisch kromzwaard. Beiden werden als trofeeën bewaard in het Erechtheion. Interpretatie van D. Giraud in: Dialogues on the Acropolis”.

Het is een erg kleine tempel met aan voor-, en achterkant ieder 4 Ionische zuilen. De cella is extreem klein omdat er weinig ruimte was op het bastion waar het tempeltje werd gebouwd. Erin heeft het eeuwen oude beeld gestaan van AThena Nikè, van hout. Van de akroteria, beeldhouwwerk bovenop het dak, resteert niets meer en van de sculpturen in de frontons ook zo goed als niets. De Ionische friezen van het tempeltje zijn echter nog enigszins bewaard gebleven, waardoor we ons er een voorstelling van kunnen maken. Aan de oostkant van het tempeltje heeft een godenvergadering (links) gestaan. De beide lange kanten, daarentegen, dienen meer de Atheense propaganda. Ze beelden een kritiek moment af uit de slag bij Plataia, waarbij Spartanen, Atheners en de geallieerden gezamenlijk streden tegen  het Perzische leger van koning Xerxes. Het waren echter de Atheners die erin slaagden Masistios, de aanvoerder van de Perzische ruiterij (en onderbevelhebber onder Mardonios) te doden. Hierdoor neutraliseerden ze de Perzische ruiterij, die die van de Grieken verre de baas was. Op de beide friezen is de strijd te herkennen tussen de Atheners en de Perzische ruiterij. De dood van Masistios is erg realistisch afgebeeld.

Erechtheion

Het Erechtheion:

Er zijn in de geschiedenis twee Erechtheions geweest. Er was een oud, archaisch Erechtheion dat uit tufsteen was opgebouwd. Dit heiligdom werd in 480 voor Chr. door de Perzen verwoest. Het Erechtheion zoals wij dat nu kennen is gemaakt door Philokles tussen 421 en 406 voor Chr. Dit lijkt een lange bouwtijd, maar tussen 415 en 409 voor Chr. hadden ze oponthoud door de Peloponnesische oorlog. Het Erechteion is vernoemd naar koning Erechtheus, die hier ook begraven zou liggen.

Het Erechtheion heeft een gecompliceerde indeling en vorm. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat er meerdere goden vereerd werden en dat er een hoogteverschil is tussen de delen van de tempel. Het Erechteion bestaat dan ook uit twee verdiepingen. Het hogere gedeelte van het Erechteion is 3 meter hoger dan het lagere deel. Het bekendst is het Erechtheion om zijn “vrouwenhal” met de Karyatiden, zuilen in de vorm van vrouwen.

Bij de Romeinse schrijver Vitruvius lezen we waar deze naam vandaan komt. In de oorlog tussen de Spartanen en de Perzen kozen de bewoners van Karyai, een Spartaanse stadstaat partij voor de Perzen. Toen de Spartanen gewonnen hadden werden de bewoners gestraft. De kapitelen van de Karyatiden zijn versierd met eierranden. Waarschijnlijk werd deze hal gebruikt als een baldakijn boven het graf van koning Kekrops. Het lager gelegen deel heeft zes Ionische zuilen, binnenin de tempel voor Athene Polias, de uiteindelijke bestemming voor de Panathenaeïsche processie, waarbij het antieke beeld van de godin een nieuwe peplos kreeg aangeboden.

 

In het antieke Rome zouden de Karyatiden van het Erechtheion meerdere malen gekopieerd worden. Nooit werd echter de serene gratie van de beelden uit Athene gehaald.

Parthenon

Parthenon.

In 450 v. Chr. stelde Perikles aan de volksvertegenwoordiging voor, om de tempels en monumenten op de akropolis opnieuw op te bouwen, die 30 jaar daarvoor door de Perzen waren verwoest. Perikles wilde Athene de culturele hoofdstad van de hele Griekse wereld maken. Zijn eerste belang was het maken van een schitterende tempel voor de beschermgodin van de stad: Athene Parthenos. Zodra de volksvertegenwoordiging het project toestond benoemde Perikles de architecten Iktinos en Kallikrates om de bouwplannen voor de tempel gereed te maken. Perikles’ vriend Pheidias kreeg de algemene leiding over het project en hij moest ook het standbeeld van Athene maken, dat in de tempel kwam te staan. In 447/446 werd er begonnen. Na 10 jaar was de constructie van de tempel klaar en in 433/432 waren de decoraties ook klaar. Waarschijnlijk werkten de meeste Atheense burgers aan het project, vrijwillig of voor geld. Het Parthenon kon tot stand komen door een unieke combinatie van factoren: o.a. een bloeiende democratie, een “enthousiast” volk, een periode van overvloed na overwinningen en veel goede kunstenaars.

Het standbeeld van Athena dat in het Parthenon stond, werd in 432 v. Chr. door Pheidias gemaakt. Het was een kolossaal beeld, de afmetingen weet men niet precies omdat het beeld verloren is gegaan. Het stelt de godin Athena Parthenos voor staand en gewapend. Het standbeeld was gemaakt van ivoor en goud. De helm was versierd met een sfinx op de bovenkant en met griffioenen in reliëf op de zijkanten. Op de palm van haar uitgestrekte hand hield ze een beeld van Nike en in haar andere hand hield ze een speer. Aan deze kant stond ook een schild tegen haar been, waarin een slang kronkelde; dit stelde waarschijnlijk Erichthonios voor. Op het voetstuk was de geboorte van Pandora afgebeeld, volgens sommigen de eerste vrouw. Op de borst was van ivoor het hoofd van Medusa afgebeeld. Het hier getoonde beeld is één van de beste kopieën uit de oudheid (nu in het Nationaal-Archeologisch Museum), en vormt samen met de beschrijving door Pausanias en enkele andere afbeeldingen de voornaamste bron om een idee te krijgen van het origineel. Een erg fraaie reconstructie van het Athena-beeld is te vinden in Nashville in Amerika, waar binnenin een op ware grootte gebouwde replica van het Parthenon oog een op ware grootte gemaakt beeld staat. Een andere replica bevindt zich dichter bij huis in de Heilige Land stichting (nu: Museumpark Orientalis). Voor de versiering van het schild (ook uit Pausanias), zijn andere kopieën gebruikt.

Het westelijk fronton beeldt de strijd uit tussen Poseidon en Athene om het bezit van Attica. Aan de linkerkant is de partij van Athene afgebeeld, met van rechts naar links Athene (L) zelf, Hermes (H) en Nike (G). Achter Nike zit de legendarische koning van Attica, Kekrops (B), met rechts naast hem zijn drie dochters (C, D en F) en zijn zoon (E). Aan de rechterkant staat de partij van Poseidon. Naast Poseidon (M) staan van links naar rechts Iris (N) zijn wagenrenner en Amphitrite (O), zijn boodschapper. In het midden staat een olijfboom als teken van Athene. Sommigen zeggen echter ook dat in het midden een bliksemschicht staat, afkomstig van Zeus, omdat Poseidon met een overstroming dreigde.

De sculpturen van het oostelijk fronton beelden de geboorte van de godin Athene uit. De belangrijkste personen op dit fronton zijn naast Athene: Zeus (midden), Athene (links naast Zeus) wordt uit zijn hoofd geboren en Hefaistos (H), die het hoofd van Zeus met een bijl openspleet. De overige figuren zijn andere goden zoals Dionysos (D), Artemis (G) en Aphrodite.

Dionysos, god van o.a. Wijn en Dronkenschap (D) en daarom beroepsmatig té dronken om het wonder van de geboorte van Athena te aanschouwen. In plaats daarvan zit  hij toe te kijken, hoe de paarden van de zonsopgang van onder de horizon opduiken: een prachtige zonsopgang!

De (sterk beschadigde) godinnen K, L, M met gereconstrueerde beschildering, gebaseerd op verfresten van 5e eeuwse sculpturen. Afbeelding uit “Stad in de Oudheid”, P. Conolly en H. Dodge, Keulen 1998. Het gehele fronton was oorspronkelijk beschilderd evenals de metopen en het (doorlopende) fries.

Beginnend aan de achterkant van de tempel, waar ruiters zich klaarmaken om op weg te gaan, lopen dan van achter naar voren eerst ruiters, dan strijdwagens, ouderlingen, muzikanten, offerdragers, de offerdieren, om tenslotte aan de voorkant van de tempel te eindigen met het aanbieden van de jurk zelf, waarbij eerst enkele meisjes komen, dan magistraten en de eponieme helden van de 10 stammen van Athene, de goden van de Olympus en helemaal in het midden, het aanbieden van de jurk. In deze processie, die symbool moest staan voor de eerbiedige houding van de Atheners tegenover de goden, liepen zo’n beetje alle lagen van de bevolking mee, alhoewel de elite (natuurlijk) een extra grote rol speelt: alle ruiters en wagenbestuurders behoorden tot de rijke bovenlaag van de maatschappij.

 

De Panathenaeën-processie en het grote fries: Rondom de cella loopt ook een doorlopend Ionisch fries, dat maar liefst 160 m. lang en l m. hoog was, een vinding die Iktinos later nog zou toepassen op de beroemde tempel in Bassai. Door deze vinding is het Parthenon een combinatie geworden tussen een traditionele Dorische tempel met z’n triglyphen en metopen, en een Ionische tempel, waar een doorlopend fries gewoon was. In laag reliëf werd hier de Panathenaïsche processie afgebeeld, de jaarlijkse optocht ter ere van de godin Athena die in Eleusis begon, en eindigde op de akropolis zelf. Dit zeer bekende fries is helaas onderdeel van de buit die de Engelse Lord Elgin heeft kunnen roven van de Akropolis, en is daardoor grotendeels te bezichtigen in het British Museum, en niet in Athene zelf. Onder:  een scène op de Olympus, waar de goden zitten te wachten, terwijl de nieuwe jurk voor het oude, houten Athenabeeld in de processie wordt meegenomen.

De metopen: De tempel is ogenschijnlijk een goed voorbeeld van de Dorische bouworde met Dorische zuilen rondom en een regelmatige afwisseling van triglyphen en metopen, het z.g. Dorisch fries voor. De 92 metopen waren elk l,2 m. hoog en gemiddeld 1,25 m. breed waren. Op deze metopen zien we o.a. de strijd tussen de Lapithen (een noord-griekse volksstam) en de Kentauren met de mythische Atheense koning Theseus in de hoofdrol, aan de voorzijde van het Parthenon zien we de mythologische strijd tussen de goden en de titanen, aan de westkant de strijd tussen de Grieken en Amazonen, aan de noordkant de strijd in de Trojaanse oorlog. De hele opzet verbeeldt de strijd tussen de Grieken, orde, deugd tegen de barbaren, wanorde, onbetrouwbaarheid, symbool voor de Perzen. Er worden meestal twee figuren afgebeeld, soms meer. Deze scènes waren afgebeeld in hoogreliëf, de beelden lijken los te komen van de achtergrond.

Peripatos

De volgende grot is die van Zeus Keraunios (foto midden), met sporen van een altaar er recht voor. De grot is gewijd aan Zeus in zijn capaciteit van God van de Bliksem, omdat ter plekke de bliksem was ingeslagen.

De derde belangrijke grot (foto rechts) was gewijd aan de god Pan, en is hem gewijd vanwege de hulp die Pan de Atheners had gegeven bij de slag bij Marathon tegen de Perzen.

Grot Zeus
Grot Pan

De “Peripatos” in Athene is een wandelpad rondom de Akropolis, dat al in de oudheid bestond als “sightseeing tour”, zoals blijkt uit de z.g. “Peripatos-inscriptie” die linksstaat afgebeeld. De inscriptie bevindt zich nog  in situ en is deels goed leesbaar. Aan dit wandelpad liggen tal van bijzondere plaatsen en kleinere heiligdommetjes, waarvan er vele door Pausanias worden genoemd. Enkele van de meest belangwekkende zaken worden hier getoond.

 

Grot Apollo

Meerdere grotten ten oosten van de Klepsydra in de voet van de Akropolis werden ook gebruikt om bepaalde goden te vereren. Een eerste heilige grot stond bekend als Apollo Hyp’ Akrais, of “Apollo-onder de Toppen” (foto rechts). Volgens Pausanias zou Apollo hier hebben geslapen met Kreousa, de dochter van koning Erechtheus. Erechtheus zelf woonde natuurlijk bovenop de Akropolis, destijds nog een burcht ter bescherming van het paleis en zijn schatten. Nadat Kreousa haar kind had gekregen, legde ze het te vondeling, waarna Apollo het kindje, dat gevaar liep te worden opgegeten door wilde dieren, door Hermes liet redden en naar Delphi brengen. Daar groeide het kind op, inmiddels Ion genaamd, om zijn leven in dienst van Apollo door te brengen. Kreousa trouwde ondertussen met een zekere Xouthos of Xanthos, maar kon haar goddelijke minaar niet vergeten. Ze vroeg de goden om raad en kreeg opdracht naar Delphi te gaan met haar echtgenoot en daar het eerste het beste kindje te adopteren dat ze tegen kwan. Dat werd natuurlijk Ion, die zo met haar zoon herenigd werd.

Bijzonder is de vondst van een oude Myceense waterput, die destijds slechts vanaf de Akropolis toegankelijk was. Bewaard zijn nog enkele gaten in de rotswand die hebben gediend ter bevestiging van een houten constructie voor een lange trap naar beneden naar de put. Helaas is het de meeste toeristen niet toegestaan deze spleet in de rotswand te bekijken, voornamelijk omdat de suppoosten niet van het belang ervan op de hoogte lijken te zijn. Zo goed als zeker werd deze trap nog in de klassieke periode gebruikt voor de rite van de “Arrephoria”, de tocht van de “Geheimendraagsters” midden in de nacht vanaf de Akropolis naar beneden. Bij dit festival (dat door Pausanias werd beschreven) daalden jonge meisjes, die een jaar op de Akropolis hadden verbleven, ‘s midden in de nacht af, met een mandje met mystieke en bij iedereen onbekende voorwerpen op hun hoofd. Dit ritueel staat mogelijk in verband met de godin Athena, die de dochters van Kekrops ook een mandje met een geheim in bewaring gaf. Van de dire dochters kon er uiteindelijk slechts één haar nieuwsgierigheid bedwingen. De beide andere meisjes keken stiekem in het mandje, en zagen daar het kindje Erechtheus, half mans, half slang. Waanzinnig geworden, stortten ze zich van de Akropolis naar beneden, hun dood tegemoet.Ook Aristophanes verwijst naar deze trap.

De z.g. Klepsydra-bron (waarvoor zie Pausanias 1.28.4) op de plek waar de Peripatos aansluit op de weg van de Panathenaiën, was al in gebruik in de Myceense periode. Volgens een inscriptie uit de 5de eeuw voor Chr. werden in deze “grot” nimfen vereerd, terwijl er later door Kimon een bronhuis is aangelegd, met een cisterne. In de laat-klassieke periode, na de verwoesting van Athene door de Heruliërs, is de bron naar buiten toe afgesloten, die daarna uitsluitend toegankelijk was via een trap vanaf de Akropolis. In de Byzantijnse periode is het geheel verbouwd tot een kapel, gewijd aan de Apostelen.

Aphrodite in de Tuinen

 

Opmerkelijk is het kleine openlucht heiligdom voor Aphrodite en Eros dat in 1932 is opgegraven. In de rotswand zien we talloze kleinere nissen, vergelijkbaar met het heiligdom bij Dafni, waarin in de oudheid beeldjes of andere wijgeschenken als e.g. Vazen werden geplaatst. Karakteristiek zijn vooral de marmerplaatjes met afbeeldingen van mannelijke of vrouwelijke genitaliën. Mogelijk heeft dit heiligdom verband met de door Pausanias genoemde “Arrephoria”, waarbij jonge meisjes via een geheime, onderaardse gang afdaalden van de Akropolis naar beneden met een mandje met mystieke voorwerpen..

Grot van Aglauros

Het volgende grotje, gewijd aan Aglauros, één van de dochters van Kekrops (zie boven), heeft in de archeologie van Athene een kleine revolutie tot gevolg gehad. De vondst van een inscriptie voor een priesters van Aglauros bij een grot aan de oostzijde van de Akropolis, heeft alle speculaties over de precieze locatie van dit heiligdom beeindigd. De grot van Aglauros lag aan de oostzijde van de Akropolis. Aangezien Pausanias vermeldt dat hij vanuit de gewijde ruimte van het Theseus-heiligdom de grot van Aglauros kon zien, moet ook dit heiligdom aan de oostzijde hebben gelegen. Een en ander maakt dat er bij Pausanias sprake moet zijn van een “Oude Agora”, ten oosten van de Akropolis, waar zowel het Theseus-heiligdom lag, als het befaamde prytaneion, waar allerlei beelden werden bewaard en de originele wetten van Solon.

Asklepios-heiligdom

Tenslotte is het Asklepios-heiligdom ten westen van het Dionysos-theater van belang, gezien de moderne restauratiewerkzaamheden, die enige indruk van het antieke heiligdom mogelijk hebben gemaakt. De verering van Asklepios in Athene werd pas tijdens de Peloponnesische oorlogen geïntroduceerd, een 10 jaar na de pestepidemie (420 voor Chr.). In het heiligdom zijn de fundamenten van de tempel zichtbaar (10,4 x 6 m.) en een groot altaar (6 x 3,5 m.). Ten noorden daarvan lag een grote zuilenhal (50 x 10 m.) in twee verdiepingen, die als slaapplaats voor de zieken heeft gediend, met aan de westkant een vierkant kamertje met een kuil voor de resten van de verschillende offers (bereikbaar via een trap). Ten zuiden van de tempel is in de Romeinse periode een tweede zuilenhal aangelegd, terwijl westelijk van de grote zuilenhal nog een tweede zuilenhal is aangelegd met 4 kamertjes van 6 x 6 m., mogelijk als tweede ziekenzaal, of als gastverblijf. Een heilige bron achter de grote stoa, en een monumentale toegangspoort completeerden het complex. Momenteel is slechts een klein stuk van de grote zuilenhal gerestaureerd (op de foto beneden aangegeven in oranje), alhoewel er hard aan verdere restauraties wordt gewerkt.