Olympia

Elis en Olympia
Van de antieke “steden” uit Elis is Olympia natuurlijk veruit de bekendste en ook de interessantste om te bekijken. Toch volstaat het lezen van Pausanias om te zien dat Olympia nu juist geen combinatie stad-heiligdom was, zoals bijvoorbeeld Delphi dat was. Olympia is puur en alleen het Zeus-heiligdom (ook bekend onder de naam de Altis), met enkele omringende heiligdommen. Als “stad Olympia” gold in de oudheid de polis Elis, gelijknamig aan de regio Elis, of – nog eerder – Pisa in de regio Pisatis.

 

Spelen (en de oorsprong daarvan)
De Altis is een zeer groen gebied, met talloze boompartijen, en aan de zuidkant de rivier de Alpheios, aan de westkant de rivier de Kladeos. De noordkant wordt begrensd door de Kronos-berg. Olympia is voor alles bekend als de plek van de Olympische Spelen, een vierjaarlijks festival, dat als het belangrijkste van heel Griekenland viel aan te zien. Tijdens deze spelen (de vroegste historische spelen dateren van 776 v. Chr., de laatste van 393 n. Chr.) was het gewoon dat alle Griekse naties (of steden, poleis) al was het maar tijdelijk, hun onderlinge vetes, maar vooral hun oorlogen tijdelijk staakten, zodat de atleten in een sportieve, geheiligde sfeer aan dit festival mee konden doen. De oorsprong van de spelen is in nevelen gehuld, en al in de oudheid onderwerp van discussies. Pausanias meldt verschillende punten van oorsprong, waarvan de meeste mythisch. Zo zouden tijdens de allervroegste spelen de goden zélf hebben gewedijverd tegen elkaar, terwijl in een volgende versie Herakles de stichter is geweest (met zijn neef Iolaos als de belangrijkste sportheld). De meest verbreide mythe over de oorsprong van de spelen is de mythe van Pelops (o.a. naamgever van de Peloponnesos, het “eiland van Pelops”) en Hippodameia, de dochter van Oinomaos.
Nadat in 394 na Chr. op keizerlijk bevel de “heidense” Spelen waren afgeschaft, werden in 426 de tempels verwoest en aan de natuurelementen overgelaten. Aardbevingen en overstromingen deden de rest, waardoor de Duitse opgravers hun werk startten in een vrijwel lege vallei.

Zeus-tempel

De  tempel van Zeus zelf (boven, een oude reconstructie, met ernaast het asaltaar. Linksboven het befaamde (maar verloren gegane) Zeus-beeld,  opgericht na de overwinning van de Grieken op de Perzen in de Perzische oorlogen. De gebeeldhouwde metopen laten de werken van Herakles zien, terwijl de goedbewaarde gevelsculpturen aan de ene kant de strijd tussen de Lapithen en Kentauren liet zien, met de strenge Apollo in het midden, en aan de andere kant de voorbereidingen tot de wedstrijd tussen Pelops en Oinomaos. Binnenin de tempel stond het beroemde beeld van Zeus Olympios, gemaakt van goud en ivoor door de beeldhouwer-architect Pheidias. Dit beeld, één van de zeven wereldwonderen, wordt uitvoerig beschreven door Pausanias; in de late oudheid overgebracht naar het paleis van de (oost-) Romeinse keizer in Constantinopel, ging het 900 jaar na zijn oprichting in 456 v. Chr. bij een paleisbrand verloren. Van de talloze wijgeschenken die in de tempel hebben gestaan, is hier vooral van belang de z.g. Nike van Paionios, opgericht door de Messeniërs naar aanleiding van een overwinning op Spartanen.

De tempel is vrij slecht bewaard, al wordt er nog steeds hard aan gewerkt om dmv. restauraties iets van de oude grandeur te laten herleven. Zie mijn pagina over het museum van Olympia voor meer foto’s van de zeer goed bewaarde gevelsculpturen.

Klik op de foto’s voor een vergrote weergave.

Hera-tempel

Op de foto linksboven de tempel van Hera (600 v. Chr.), de oudste tempel van het terrein, met zuilen daterend uit verschillende periodes, die de oorspronkelijke houten zuilen hebben vervangen. Een enorme beschilderde “discus” diende als akroterion (dakversiering) voor deze tempel (midden).
Tussen de resten van deze tempel is de beroemde Hermes van Praxiteles gevonden, die in het museum te bewonderen is (foto boven.) Van het cultusbeeld van Hera is het hoofd teruggevonden, een meer dan 2 maal levensgroot archaïsch beeld, daterend uit ongeveer 600-550 v. Chr.
Van de door Pausanias zeer uitvoerig beschreven “kist van Kypselos”, een kostbaar wijgeschenk gewijd door Kypselos,  tiran van Korinthe rond 640-610, is natuurlijk geen spoor teruggevonden. Wel zijn er in de loop van de tijd op basis van Pausanias’ beschrijving verschillende reconstructies gemaakt. Een daarvan wordt bij deze gegeven (klik op de afbeelding beneden voor een vergroting). De kist van Kypselos in de reconstructie van Henry Stuart Jones (Journal of Hellenic Studies, 14 (1894), pp. 30-80). De recenter reconstructie van Wilhelm von Massow (Athenische Mitteilungen 41 (1916) pp. 1-116 wijkt in vele details af van de bovenstaande reconstructie, maar volgt in wezen dezelfde manier van werken, een reconstructie van de voorstellingen op basis van (Korinthische) vazen uit de periode rond 600 v. Chr. De belangrijkste verschillen bestaan uit de details van de reconstructies (Massow had meer vondsten ter vergelijking tot zijn beschikking), en in de totale opzet: waar Stuart Jones uitgaat van een versiering van de kist aan drie kanten (de vierde zijde zal tegen de wand van de tempel hebben gestaan), neemt Massow aan, dat de kist maar aan één kant was bewerkt, de voorkant.
Tenslotte stond de tempel van Hera vol met talloze vooraanstaande vrouwen uit Elis, en later uit de keizerlijke families van Rome. Een heel fraai voorbeeld hiervan is het standbeeld van Poppaea, de tweede vrouw van keizer Nero.

Metroön en schathuizen

De derde (vrij kleine) tempel was het z.g. Metroön, gewijd aan de moedergodin Rhea (Cybele), waarvan echter maar weinig bewaard is gebleven. In de Romeinse periode werd dit tempeltje gebruikt voor de keizerverering, hetgeen verklaart waarom de opgravers ter plekke een standbeeld van Claudius en een tweede van Titus  hebben ontdekt.

Foto’s v.l.n.r. Reconstructie Metroön F. Adler, Olympia II, de fundamenten van het metroön nu.

 

Een rij schathuizen, daterend uit de 6e en 5e eeuw voor Christus ligt aan de rand van de Altis aansluitend op het bronhuis van Herodes Atticus, waarvan opnieuw maar zeer weinig bewaard is gebleven. Deze gebouwtjes, net als die in Delphi dienend om erg kostbare, maar ook kwetsbare wijgeschenken in op te bergen, zijn vrijwel allemaal opgericht door de Griekse kolonies in het westen, zuid-Italië en Sicilië. De teruggevonden fragmenten, die soms een vrij nauwkeurige reconstructie mogelijk maken, zijn te zien in het museum van Olympia.

Foto’s links een reconstructie van de rij schathuizen (museum Olympia), en de gevel van het schathuis van Megara (museum Olympia).

Fontein van Herodes Atticus

Tussen de schathuizen en de tempel van Hera in lag de pronkfontein (Nymphaion) die door Herodes Atticus was gebouwd (rond 150) in een poging de beschadigde gebouwen van vroeger weer op te knappen. De fontein was het sluitstuk van een aquaduct van zo’n 3 km. lengte, dat het heiligdom van schoon water moest voorzien. De halfronde exedra bevatte 15 niches, waarin standbeelden stonden opgesteld van Herodes Atticus zelf en zijn keizerlijke beschermheren, terwijl aan weerskanten van het eigenlijke bassin miniscule ronde tempeltjes stonden opgesteld. Een marmeren stier bevat een inscriptie van Regilla, de vrouw van Herodes Atticus, waarin zij (als priesteres) claimt het bronhuis aan Zeus te hebben geschonken.

Sportcomplexen

Gebouwen die de almaar belangrijkere sportieve functie van het heiligdom moesten ondersteunen waren een worstelperk (palaistra) en een gymnasion (een groot rechthoekig gebouw, met een grote binnenplaats gebruikt door de atleten voor de training in speer-, en discuswerpen) opgericht in de 3e en 2e eeuw voor Christus, toen ook een overwelfde toegang vanuit het heiligdom naar het stadion werd aangelegd.  Langs  deze toegang stonden de door Pausanias besproken Zanes, de Zeus-beelden die werden opgesteld op kosten van beboete atleten.

Boven en links, de palaistra (worstelperk); Rechts: het stadion en het altaar van Demeter Chamyne, recht tegenover de tribune van de Hellanodiken

De op de reconstructie weergegeven Zeusbeelden (Zanes) zijn inderdaad best wel saai, maar het verhaal dat Pausanias erover vertelt, maakt duidelijk dat sport ook in de oudheid niet geheel vrij was van corruptie, omkoping of matchfixing. Ik citeer uit 5.21.2 e.v.

Wanneer je namelijk vanaf het Metroön de weg richting het stadion neemt, heb je aan de linkerkant aan het uiteinde van de Kronosheuvel, pal tegen die heuvel aan een platform van steen, met naar boven toe enkele treden. Tegen dat platform aan staan bronzen beelden van Zeus, die zijn gemaakt van de opbrengst van de boetes opgelegd aan atleten, die de reglementen van de Spelen hebben overtreden. Ze worden door de lokale bevolking Zanes genoemd. (3) De eerste Zanes, zes in getal, hebben ze tijdens de 98ste Olympiade opgesteld. Eupolos uit Thessalië had namelijk de deelnemende boksers omgekocht, de Arkadiër Agetor, Prytanis uit Kyzikos en dan nog Phormion, die afkomstig was uit Halikarnassos en in de Olympiade daarvoor had gewonnen. […] (4) Op deze beelden staan – met uitzondering van de derde en de vierde – epigrammen geschreven. Het eerste epigram wil duidelijk maken dat men niet met geld, maar door de snelheid van zijn voeten of door z’n lichaamskracht een Olympische overwinning moet behalen. De verzen op het tweede beeld zeggen dat het beeld daar staat om de god te eren, uit devotie van de Eleërs, en als waarschuwing voor atleten die de regels overtreden. De inhoud van het gedicht op het vijfde beeld behelst allerlei lof voor de Eleërs, niet het minst vanwege de boete voor die boksers. De verzen op het laatste beeld willen dat die beelden een les zijn voor alle Grieken om nooit geld te betalen voor een Olympische overwinning.  

Opvallend is dat deze ene man moest opdraaien voor de kosten van zes manshoge beelden van Zeus. Behalve Eupolos vermeldt Pausanias nog eens vier of vijf beeldengroepen opgericht door andere valsspelers. Een weigering te betalen betekende hierbij uitsluiting van de gehele staat van toekomstige spelen totdat de boete was betaald, terwijl in één geval het collega-heiligdom in Delphi ertoe over is gegaan om de stad Athene de toegang tot het orakel van Apollo te weigeren, omdat Athene zich niks aantrok van uitsluiting van de Olympische Spelen. Het spreekt voor zich (nou ja …) dat Athene uiteindelijk door de bocht ging, de boete betaalde en dat het hele verhaal bij de desbetreffende Zanes kwam te staan.

 

Klik hier voor info over de Spelen.

 

Overige monumenten

Philippos van Macedonië stichtte in 338 v. Chr., na de slag bij Chaironeia, die hem de overwinning in Griekenland bracht, het z.g. Philippeion, een rond gebouw dichtbij de huidige ingang tot de site, waar hij de beelden van goud en ivoor liet opstellen die van hem en zijn familie (zijn moeder en vader, vrouw Olympias en zijn zoon Alexander) waren gemaakt door de beeldhouwer Leochares.

Het Pelopion (op de voorgrond), een miniscuul heilig woud gewijd aan de held Pelops, van wie werd gedacht dat hij hier begraven lag, omringd door een vijfhoekige muur. De toegang werd vanaf de 5e eeuw voor Chr. gevormd door een monumentaal propylon (toegangsgebouw) met Dorische zuilen. In deze hof werden enorme hoeveelheden archaïsche bronzen en terracotta votiefgaven teruggevonden.

Rond 350 v. Chr. werd de z.g. Echo-Stoa opgericht, die het eigenlijke heiligdom moest afschermen van het stadion, terwijl rond dezelfde periode ook aan de zuidkant een stoa werd aangelegd om de altis aan de zuidkant af te grenzen. Ervoor staan, bovenop enorme pilaren, de standbeelden van Ptolemaios II en zijn vrouw Arsinoë. Slechts geringe resten zijn momenteel te zien van dit gebouw.

Bron: www.osmosis.com.au/broadcast/olympia_06.htm

Rond 300 v. Chr. werd het grootste gebouw van de site opgericht, het z.g. Leonidaion om de vele pelgrims en andere belangrijke bezoekers aan het heiligdom op passende wijze te kunnen huisvesten. Dit gebouw bestond uit een grote met zuilen omgeven binnenplaats, waaromheen kamers voor de gasten waren gebouwd. In de oorspronkelijke vorm bezat het gebouw een peristyle binnentuin. Later werd het gebouw na forse verbouwingen, waaronder de aanleg van een grote vijver ipv. de binnentuin, gebruikt als residentie voor de Romeinse gouverneur van de provincia Achaea

De werkplaats van Pheidias is in de late oudheid verbouwd tot kerk, iets waaraan het gebouw z’n  relatief goede staat aan heeft te danken. De oorspronkelijke afmetingen van het gebouw kwamen exact overeen met de afmetingen van de cella van de tempel van Zeus, om de beeldhouwer de kans te geven de proporties van het beeld in overeenstemming met de beschikbare ruimte te maken. In de verbouwde kerk zijn antieke zuilen van bloemmotieven voorzien om ze een christelijk tintje te geven.