laat-Byzantijnse periode

Inname van Constantinopel

De keizers riepen het westen op hulp te bieden, maar de paus was slechts bereid om hulp te bieden, nadat de orthodoxe kerk zich officiëel had onderworpen en op alle gebieden de autoriteit van de paus had erkend. De keizer overwoog daarop het schisma met Rome te herstellen en de paus het absolute gezag te verlenen in alle religieuze zaken, maar de oosterse patriarchen en het volk weigerden  de gesloten compromissen te erkennen. Slechts enkele westerse huurlingen kwamen naar Constantinopel, maar over het geheel genomen deden de waterse staten niks om de Byzantijnen te helpen in hun strijd tegen de Turken. En zo slaagden de Turken erin om stukje bij beetje het Byzantijnse rijk in te nemen, totdat in 14r53 de sultan Mehmet II besloot tot de definieve aanval op de muren van Constantinopel. Heel de tijd hiervoor hadden de Turken een aanval op de onneembaar geachte vesting uitgesteld, maar met de uitvinding van het kanon konden ook de indrukwekkende muren van Constantinopel niet langer weerstand bieden aan de Turkse legers. En zo viel in 1453 de hoofdstad van het Byzantijnse rijk, waarna Mehmet en zijn opvolgers hun aandacht konden richten op de verdere verovering van de Balkan.
In 1461 hadden de Turken op enkele Venetiaanse steunpunten na de hele Morea in handen. Euboia werd in 1470 veroverd, terwijl de steunpunten van de Venetianen en de Pisanen nog tientallen jaren verzet wisten te bieden. Zo vielen Chios en Naxos pas in 1577, en opende Candia, de hoofdstad van het Venetiaanse Kreta pas in 1669 de poorten na een beleg van 25 jaar. Het (venetiaanse) eiland Tinos  viel pas in 1715 in handen van de Turkse troepen, nadat de hernieuwde vijandelijkheden tussen de Turken en de Venetianen onder Morosini voor de laatsten op een fiasco waren uitgelopen.

 

Voor de (materiële) geschiedenis van Griekenland is vooral de bouwactiviteit van de Turken van belang. Van groot belang is hier vooral de oprichting van de nodige forten, aangezien de talloze andere bouwwerken van de Turken in Griekenland voor het grootste deel zijn gesloopt. Zo vielen de nodige moskeeën onder de handen van de wraakzuchtige Grieken na de bevrijdingsoorlog (1821-1835), terwijl ook badhuizen en pleisterplaatsen verdwenen. Gebleven zijn slechts de forten, die deels al door de Franken en Venetianen waren opgericht, maar werden versterkt door de Turken en later door de Grieken werden opgenomen in hun nationale verdedigingswerken.

De ondergang van het Byzantijnse rijk

De keizers riepen het westen op hulp te bieden, maar de paus was slechts bereid om hulp te bieden, nadat de orthodoxe kerk zich officiëel had onderworpen en op alle gebieden de autoriteit van de paus had erkend. De keizer overwoog daarop het schisma met Rome te herstellen en de paus het absolute gezag te verlenen in alle religieuze zaken, maar de oosterse patriarchen en het volk weigerden  de gesloten compromissen te erkennen. Slechts enkele westerse huurlingen kwamen naar Constantinopel, maar over het geheel genomen deden de waterse staten niks om de Byzantijnen te helpen in hun strijd tegen de Turken. En zo slaagden de Turken erin om stukje bij beetje het Byzantijnse rijk in te nemen, totdat in 14r53 de sultan Mehmet II besloot tot de definieve aanval op de muren van Constantinopel. Heel de tijd hiervoor hadden de Turken een aanval op de onneembaar geachte vesting uitgesteld, maar met de uitvinding van het kanon konden ook de indrukwekkende muren van Constantinopel niet langer weerstand bieden aan de Turkse legers. En zo viel in 1453 de hoofdstad van het Byzantijnse rijk, waarna Mehmet en zijn opvolgers hun aandacht konden richten op de verdere verovering van de Balkan.
In 1461 hadden de Turken op enkele Venetiaanse steunpunten na de hele Morea in handen. Euboia werd in 1470 veroverd, terwijl de steunpunten van de Venetianen en de Pisanen nog tientallen jaren verzet wisten te bieden. Zo vielen Chios en Naxos pas in 1577, en opende Candia, de hoofdstad van het Venetiaanse Kreta pas in 1669 de poorten na een beleg van 25 jaar. Het (venetiaanse) eiland Tinos  viel pas in 1715 in handen van de Turkse troepen, nadat de hernieuwde vijandelijkheden tussen de Turken en de Venetianen onder Morosini voor de laatsten op een fiasco waren uitgelopen.

 

Voor de (materiële) geschiedenis van Griekenland is vooral de bouwactiviteit van de Turken van belang. Van groot belang is hier vooral de oprichting van de nodige forten, aangezien de talloze andere bouwwerken van de Turken in Griekenland voor het grootste deel zijn gesloopt. Zo vielen de nodige moskeeën onder de handen van de wraakzuchtige Grieken na de bevrijdingsoorlog (1821-1835), terwijl ook badhuizen en pleisterplaatsen verdwenen. Gebleven zijn slechts de forten, die deels al door de Franken en Venetianen waren opgericht, maar werden versterkt door de Turken en later door de Grieken werden opgenomen in hun nationale verdedigingswerken.

Bron: Daniël Koster, Naar het heerlijk Griekenland, Verbeelding! Voer mij heen. Groningen 1993 p. 51