Een speelbord van 6 x 6 velden staat ingekrast in de drempel van het propylon. Ongetwijfeld hebben hier geregeld jongens voor of na het trainen een spelletje petteia (“kiezels”) gespeeld. De exacte spelregels zijn onbekend, maar waarschijnlijk ging het om een vorm van dammen. Speelborden van variabele grootte zijn gevonden, alsmede sets met kiezelstenen. Het spel, een voorloper van het Romeinse latrunculi genoot grote populariteit in de oudheid. De naam petteia komt voor bij Plato, maar al veel oudere vaasafbeeldingen tonen Grieken gebogen over hun spelletje petteia.