Pausanias Project


Argolis - Aegina 2

Rechtsonder de akropolis van Aigina met de tempel van Apollo. Midden boven de akropolis met z’n prehistorische resten., rechts de resten van de tempel van Apollo, midden onder (link!) het museum van Aigina.

De tempel van Aphaia, 12 km landinwaarts gerekend vanaf Aigina-

stad, is één van de best bewaarde tempels van Griekenland. Hij stamt uit ongeveer 500 v. Chr. De gevelsculpturen zijn in 1811 door de engelse architect Charles Cockerell ontdekt en in een kostbare operatie eerst naar het Engelse Zakynthos en vandaar naar Italië overgebracht. Daar zag Cockerell zich gedwongen de – in vele stukken gebroken beelden te verkopen, waardoor ze in handen vielen van de Duitse vorst Ludwig von Beieren, die ze liet restaureren en naar München overbrengen, waar ze nog steeds te zien zijn. Zorgvuldige studie van de beelden heeft de exacte beschildering van de beelden aan het licht gebracht waardoor er een vrijwel complete polychrome reconstructie mogelijk is.

         Pas in 1901 werd ook de tempel aan zorgvuldig onderzoek ondwerworpen, waardoor de identiteit van de vereerde godheid – (Athena) Aphaia – kwam vast te staan. Voor die tijd werd de tempel (o.a. door Pausanias’ onzorgvuldige beschrijving van de locatie van de Aphaia-tempels) geïdentificeerd met de tempel van Zeus-Panhellenios.

 De verering van de godin Aphaia(of Apha) lijkt al vanaf de Mykeense periode te hebben plaatsgehad. Net buiten de noord-oosthoek van de heilige hof is een grotje teruggevonden waar talloze aardewerken beeldjes en andere vondsten zijn ontdekt uit de Mykeense periode. Zoals onder meer te zien is aan de opvallende centrale positie die de godin Athena inneemt in de beide gevel sculpturen, hebben de Aigineten, op een gegeven moment hun plaatselijke godin Aphaia gelijkgesteld aan de veel bekendere olympische godin Athena. In de frontons worden twee verschillende Trojaanse oorlogen afgebeeld, de eerste uitgevoerd door Herakles, en een tweede geleid door Agamemnon.

De binnenkant van de tempel. Mooi te zien zijn de U-vormige uitsparingen in de steen voor de bevestiging van de touwen voor de hijskraan.

Van de beide frontons zijn zoveel stukken bewaard gebleven, dat een vrijwel complete reconstructie mogelijk is. In de oostelijke (bovenste) gevel zien we de eerste Trojaanse oorlog, met als 11de figuur Herakles, gekleed in leeuwenhuid en bewapend met pijl en boog. Op het westelijke fronton zien we de tweede Trojaanse oorlog, met als meest opvallende figuur de Trojaanse prins Paris als 4de figuur, met op zijn hoofd een Frygische muts, en aan zijn benen een nauwsluitende broek. Beide elementen moeten Paris als barbaar uit het oosten identificeren. Eronder, reconstructie van de gevel met de erop staande gevelsculpturen, en detail van Herakles.

Onder en links: enkele foto’s van de fraai bewaarde frontons, nu tentoongesteld in München. Links prins Paris. Midden onder, de godin Athena-Aphaia beheerst het strijdtoneel op dezelfde manier als Apollo dat doet in Olympia. Het tijdsverschil gelegen in de uitvoering van het oostelijke en het westelijke fronton komt zeer fraai uit in de gezichten van Paris (links), met zijn archaïsche glimlach en de gewonde krijger rechts, die niets meer te glimlachen heeft