Pausanias Project


De middelbyzantijnse periode

Basileios de BulgarendoderDe grootste keizer uit de middel-byzantijnse periode is wel Basileios II, bijgenaamd de Bulgarendoder. Basileios I (867-886) “de Makedoniër”  was geboren in Thrakië of Makedonië. Als worstelaar en “strongman” viel hij op bij keizer Michael III, huwde Eudokia Ingerina, de vroegere minnares van Michael, werd door hem tot mede-keizer gekroond in 865, na zijn rivaal Bardas te hebben vermoord, en doodde uiteindelijk keizer Michael in zijn slaap. Op deze gewelddadige wijze kwam de dynastie van de “Makedoniërs” aan de macht, die Byzantium een ware renaissance zou doen beleven. Het waren de Makedoniërs die Griekenland zouden heroveren op de Slaven en Bulgaren en die in een uitputtingsoorlog uiteindelijk het Bulgaarse keizerrijk van Symeon / Samuel zouden vernietigen en inlijven. Zo zou Basileios II in een veldslag bij de rivier de Strymon bij de stad Kleidon de Bulgaren vernietigend verslaan. Hierbij maakte hij naar verluidt 14.000 krijgsgevangen. Hij liet hen in groepen van 100 indelen, waarna hij van elke groep 99 man de beide ogen liet uitsteken en van de honderste slechts één oog. Vervolgens stuurde hij de hele groep terug naar Ochrid, waarbij elke eenoog zijn 99 blinde kameraden als gids moest dienen. Bij de intocht van dit machtige Bulgaarse leger in Ochrid, kreeg Samuel een hartaanval, die hij niet zou overleven. Byzantium was (voorlopig) de sterkste gebleken in de strijd met Bulgaren en Slaven, en Basileios II, die in 1018 als overwinnar Ochrid binnentrok, had zoveel schatten vergaard, dat zijn familieleden en nakomelingen daarvan nog tientallen jaren in luxe, maar zonder gevoel voor verantwoordelijkheid, konden leven

Links: Basileios II en zijn vader Nikephoros II. Ondanks zijn spreek- woordelijke wreedheid, heeft Basileios zijn best gedaan de Bulgaren zoveel mogelijk op te nemen in het Byzantijnse Rijk. Nog afgezien van campagnes tegen de Bulgaren heeft hij gestreden tegen de Khazaren, heroverde zuid-Italië en onderwierp de Serven. Bij zijn dood in 1025 stond net een expeditie tegen Sicilië op het programma. Zie ook R. Sutcliff, Blood Feud, 1976

Het middel-Byzantijnse klooster

Het Byzantijnse rijk herstelde zich langzaam van de enorme klappen die het had opgelopen in de duistere eeuwen, maar leek nauwelijks nog op het rijk dat ooit de middellandse zee had beheerst. Klein-Azië was sterk verarmd door de talloze invallen van de Arabieren, de verafgelegen provincies op de Krim en in Zuid-Italië leidden hun eigen leven, maar wel was het Byzantijnse gezag over Griekenland hersteld. Het rijk was in feite gereduceerd tot een rijk met nog slechts één echte grote stad Constinopel, die in cultureel en kunstzinnig opzicht het monopolie bezat. De rest van het rijk was in feite nog slechts landbouwgebied, dat zich onder invloed van de hoofdstad ook langzaam weer begon te ontwikkelen. Van belang is nog, dat de strijd tegen iconen inmiddels was geeïndigd in een grootse overwinning van de iconenvereerders. Ook in het Byzantijnse oosten zouden iconen en mozaïeken weer een ereplaats krijgen.

          Op het gebied van de kerkbouw beleefde Griekenland in deze periode een ware renaissance. Van de rond 230 Byzantijnse kerken die bewaard zijn in Griekenland, behoren er 53 tot de vroeg-Byzantijnse periode (haast allemaal ruïnes en slechts bekend uit opgravingen), één (de Hagia Sophia in Thessaloniki) stamt uit de duistere eeuwen, 4 stammen uit de 9e eeuw, 15 uit de 10e eeuw, 33 uit de 11e eeuw en 49 uit de 12e eeuw. In haast alle gevallen hebben we te maken met klein uitgevoerde kerken, hetgeen te verklaren is doordat we te maken hebben met kloosterkerken en niet met kerken die een grote stad moesten dienen. De enige echte stad die Griekenland nog rijk was, was Thessaloniki.



Hosios Loukas, Theotokos-kerk (950)


De kerk van het beroemde Hosios Loukas klooster is in feite een dubbelkerk. De oudste kerk is die van de Panagia Theotokos en dateert uit rond 950. Hij is daarmee ongeveer een eeuw jonger dan de aangrenzende katholikon. Een bescheiden koepel wordt ondersteund door 4 zuilen. Opvallend is vooral de versiering van de buitenmuren, uitgevoerd in een soort van cloisonné techniek, waarbij de de rijen stenen om beurten worden omgeven met bakstenen.


Hosios Loukas, Katholikon (1000)


Het is onbekend wie de grote katholikon kerk van Hosios Loukas heeft gebouwd. Zeker lijkt wel dat de zeer luxueuze uitvoering met marmerplaten en de prachtigste mozaïeken te maken heeft met de alsmaar groter wordende roem van het graf van Lucas, dat men hier meende te hebben gevonden. De koepel behoort met een diameter van 9 meter tot één van de grootste koepels van kloosterkerken überhaupt en de mozaïekversiering uit de 11e eeuw is slechts te vergelijken met kloosterkerk in Daphni. De koepel wordt gedragen door acht steunberen, die tezamen een achthoek vormen.



Het hele complex is rond 1011 gesticht door Romanos, ter ere van de vervulling van Loukas’ voorspelling (in 941) dat Kreta bevrijd zou worden van de overheersing door de Saracenen door een keizer genaamd Romanos. Twintig jaar later kwam Loukas’ voorspelling uit, waarna een herstel van Byzantium’s macht plaatsvond onder een aantal energieke keizers.


Het middel-byzantijnse klooster was gewoonlijk omgeven door een muur en bezat een fraai aangelegd, overdekt toegangsportaal, vaak met banken waarop bedelaars konden zitten om de monniken om aalmoezen te vragen. Rondom tegen de muur aan lagen meestal de cellen van de monniken, rechthoekig en overdekt met tongewelven; aan de voorkant lag meestal een open arcade. Centraal in het complex stond de kerk, nu ook vaak aan de buitenkant versierd, en hiervan gescheiden het refectorium, de eetzaal voor de monniken, met lange tafels en banken en een aangebouwde keuken met opslagruimtes met grote aardewerken kruiken voor olie, wijn, graan en peulvruchten. Een ziekenhuis, gastenverblijf en badruimte (baden overigens slechts 3 x per jaar toegestaan, behalve voor zieken) completeerden het geheel. Tegenwoordig staat meestal nog slechts de kerk overeind.


Skripou (Orchomenos), 873/874


Een erg eenvoudig voorbeeld is de kloosterkerk van het vrouwenklooster van Skripou  (Orchomenos, Boiotië), gebouwd uit grotendeels hergebruikt antiek materiaal. De kerk heeft een eenvoudige kruisvorm, met in het centrum een (in de 18e eeuw vernieuwde) koepel. Hij is rond 873/874 gebouwd door een hoge keizerlijke beambte genaamd Leo. De kruisarmen worden gedekt door tongewelven, en de zijbeuken zijn zeer laag gehouden.

De Byzantijnse legers landen op Sicilië en verslaan de Arabieren op het eiland (1038-1040).

De verovering van Griekenland en het Byzantijnse Rijk door de Turken is in feite een geschiedenis die wordt gekenmerkt door blunders van de kant van de Byzantijnse heersers en onverschilligheid van de kant van de west-europese machten, totdat het te laat was om nog iets te doen.Tijdens de middel-byzantijnse periode maakte het Byzantijnse rijk een militaire en politieke bloeiperiode door, die ruw werd verstoord, toen keizer Romanos Digenis in 1071 met een groot, maar slecht georganiseerd leger de Turkse legers van Alp Arslan tegemoet trad bij het plaatsje Mantsikert, in de buurt van het meer Van in Armenië. De byzantijnse troepen werden vernietigend verslagen en keizer Romanos zelf gevangen genomen. Romanos wist met Alp Arslan zeer gunstige voorwaarden voor zijn vrijlating te verkrijgen, in feite niets meer dan een tribuut in goud. Bij zijn terugkeer in de hoofdstad werd Romanos echter gevangengezet en blind gemaakt, door hem met een gleoeind stuk ijzer de ogen uit te steken. Vervolgens weigerde de nieuwe keizer om de afspraken met Alp Arslan gestand te doen, alhoewel ze niet langer over de troepen konden beschikken om Alp Arslan tegemoet te treden. De Turken reageerden hierop door af te zien van hun tocht richting Syrië en in plaats daarvan het sterk verzwakte Byzantijnse Rijk binnen te marcheren. In enkele jaren tijd werd vrijwel het hele klein-aziatische gebied van Byzantium onder de voet gelopen. En alhoewel vooral de dynastie van de Komnenen, van Alexios I Komnenos tot Andronikos I Komnenos (1081-1180) nog een zekere restauratie wist te bewerkstelligen, zouden de Turken het gebied nooit meer verlaten.