Pausanias Project


Lesche van de Knidiërs 2

Het tweede schilderij van Polygnotos in Delphi, de Nekyia, vereist een nog grotere kennis van de Griekse mythologie dan de Ilioupersis. Vertrekpunt voor een beschrijving moet de figuur van Odysseus zijn. Deze zoek naar een mogelijkheid om naar huis te gaan, na 10 jaar oorlog en een zwerftocht door “sprookjesland” die hem achtereenvolgens naar de Lotus-eters zou brengen, vandaar naar de Cycloop en Aiolus, de god van de winden. Vervolgens bracht zijn zwerftocht hem naar de Laistrygonen, en de tovenares Kirke. Zij adviseerde Odysseus de ingang van de onderwereld op te zoeken, om aan de overleden ziener Teiresias de weg naar huis te vragen. Een uitgebreid offerritueel dient om de geesten van de overledenen op te roepen. Zo moet Odysseus o.a. een offerkuil graven, een zwart schaap en een ram offeren en het bloed in die kuil laten lopen. Vervolgens moet hij met getrokken zwaard boven de kuil wachten en alle doden afweren totdat hij Teiresias heeft gesproken. In boek 11 van de Odyssee wordt vervolgens verhaald hoe Odysseus eerst Elpenor ontmoet die is gestorven op het moment dat Odysseus wegvoer, vervolgens spreekt hij met Teiresias en zijn moeder Antikleia die zelfmoord heeft gepleegd uit verdriet over het wegblijven van Odysseus. Vervolgens laat Homerus een complete stoet dode helden “langstrekken”. In het schilderij zijn zichtbaar Odysseus bij de offerkuil, Elpenor, Teiresias, Antikleia en – helemaal links bovenin – twee matrozen Eurymachos en Perimedes die met de offers voor de doden aan komen zetten.


De (door mij enigszins aangepaste) afbeelding is ingescand op de universiteit van Heidelberg, en berust op een lithografie van E.A. Funke. De bovenste afbeelding is aanklikbaar voor een vergroting.



Een groot aantal vrouwen staat afgebeeld, als Tyro, middels Poseidon moeder van twee koningsgeslachten, dat van Pelias (van de Argonautensaga) in Iolkos en van Neleus (vader van Nestor) in Pylos, Messenië (Od.11.235-59). Ook Chloris, de vrouw van Neleus, moeder van Nestor en van de schone Pèro om wie door velen werd gestreden, totdat de ziener Melampous haar wist te verwerven door (na vele avonturen) Neleus de runderen van Iphiklos te brengen (Od. 11.281-97). Chloris leunt op het schilderij op de schoot van Thyia, haar vriendin. Thyia, de vriendin van Chloris.Pèro zelf staat vrijwel helemaal rechts bovenaan. De beide zusjes van Kreta, Ariadnè en Phaidra, onlosmakelijk verbonden met de sage van Theseus; Phaidra op de schommel moet – volgens Pausanias – verwijzen naar de zelfmoord van Phaidra, die verliefd was geworden op haar stiefzoon, Hippolytos. Door Homerus worden Phaidra, Ariadnè en Prokris, de geliefde van Kephalos, in één adem genoemd (Od.11.321); voor de laatste, zie het verhaal bij Ovidius. Klymenè, de latere vrouw van Kephalos, keert Prokris de rug toe. Eriphylè (Od.11.326) is vooral bekend van de truc waarmee ze de ziener Aphiaraos dwong mee te vechten in de “Zeven tegen Thebe,” omgekocht met de ketting die ze op het schilderij betast. Maira is een heldin uit Argos, die in de Odyssee slechts genoemd wordt, maar is bekend van de mythograaf Pherecydes als dochter van Proitos en moeder van Lokros, doodgeschoten door Artemis. Tenslotte is Megara, de vrouw van Herakles nog te zien. Opvallend is vooral het ontbreken van enkele vrouwen die wél door Homerus worden genoemd, als Alkmene, de moeder van Herakles en Epikaste, de vrouw van Oidipous. Ook hier volgt de schilder niet slaafs de Odyssee, maar zet hij zijn eigen accenten. Figuren die - voor hun slechte gedrag - in de onderwereld worden gestraft, staan links en rechts van deze vrouwen, de reus Tityos, die Hera heeft willen verkrachten, een man die zijn vader slecht heeft behandeld en nu door hem wordt gewurgd, een man die een heiligdom heeft beroofd en in elkaar wordt geslagen. Theseus en Peirithoos die hebben geprobeerd om Persephone, de vrouw van Hades te ontvoeren. Ook is de doodsdemon Eurynomus te zien, zittend op het vel van een lynx (een correctie (?) van het overgeleverde vel van een gier) en Charon in een bootje te zien, die evenmin in de Odyssee voorkomt. Mogelijk de vreemdste “gestrafte” in de onderwereld van Polygnotus is de tamelijk onbekende Oknos, een man die volgens Pausanias zijn werkkracht vergooit aan een vrouw die dat niet waard is en het verdiende geld direct opmaakt, gesymboliseerd doordat de man een touw aan het vlechten is, dat door de ezel achter hem wordt opgegeten.





Waar in de Odyssee de bespreking van de “heldinnen” duidelijk is gescheiden van die van de “helden”, lijkt (als we de reconstructie mogen geloven) Polygnotus de helden rechts van Odysseus te hebben neergezet en de heldinnen links. Een “Trojaanse” groep, de vrienden van Achilles, de arme jager Aktaion die door Artemis in een hert werd veranderd en werd gedood door zijn eigen jachthonden. We zien Orpheus, zittend onder een boom, met onder zijn publiek koning Pelias, de verder onbekende Promedon en Schedios. In dezelfde groep zitten twee andere mythische “muzikanten”, Marsyas, die een muziekwedstrijd aanging met Apollo en Thamyris die een muziekwedstrijd aanging met de Muzen; beide verloren.

Een groep Trojaanse strijders zit bij elkaar, Hektor, Sarpedon, Memnon, met een dansende Paris erboven en de Amazonekoningin Penthesileia rechts. Volgens Pausanias roept Paris haar, maar zij negeert hem. Twee heldinnen zijn Kallisto, die door Zeus zou worden veranderd in een beer en Nomia, haar vriendin. Een groep “vijanden van Odysseus” is bij elkaar gezet, Palamedes, die Odysseus een hak zou zetten  en heftig werd teruggepakt (zie Ovidius, of P.C. Hooft), Thersites, Ajax die zelfmoord zou plegen vanwege de wapenrusting van Achilles, en Ajax tegen wie Odysseus de doodstraf zou eisen vanwege zijn wandaden tegen Kassandra. Tenslotte zijn hier nog de typische misdadigers Sisyphos te zien, die zijn rotsblok omhoog duwt, vrouwen en twee mannen die de mysterieën hebben geschonden en als straf water moeten dragen in gebroken waterkruiken naar een gebarsten ton, en Tantalos, die - als in de Odyssee - tot zijn middel in het water staat met een vruchtboom naast zich, maar toch altijd honger en dorst moet lijden. Als extra straf (als bij Archilochos) hangt hem een rotsblok boven het hoofd dat elk moment op hem neer dreigt te vallen.