Pausanias Project


In de z.g. Lesche (praatplek) van de Knidiërs die min of meer boven de heilige hof van Neoptolemos lag, beschrijft Pausanias twee enorme schilderijen gemaakt door de klassieke schilder Polygnotos. De Leschè zelf was een hal van ongeveer 19 x 10 m. Met banken tegen de vier muren en acht huiten zuilen in het midden om het dak te dragen. De Leschè is iets voor het midden van de 5de eeuw voor Chr. gebouwd vooral als onderdak voor deze schilderijen.  In het eerste van deze twee, Ilioupersis genoemd, worden een aantal scènes weergegeven die volgen op de inname van Troje door de Grieken. De laatste - in tijd - is de afvaart uit Troje, terwijl de andere scènes eraan vooraf moeten gaan. De Men heeft daarom wel verondersteld dat Pausanias in feite aan de verkeerde kant van het schilderij is begonnen met zijn beschrijving. De compositie zou in dat geval beginnen vanaf de scène waarin enkele Trojanen hun bezittingen op een ezel laden in de hoop er wat van mee te kunnen nemen.  Het schilderij bevat een groot aantal figuren in tenminste drie registers. Op basis van Pausanias’ beschrijving, gecombineerd met enige kennis van de Griekse schilderkunst ontleend aan vooral vaasversieringen, zijn in de loop der tijd vele “reconstructies” gemaakt; ik laat er hier éen zien, gemaakt door de Franse geleerde Robert. Het is belangrijk te beseffen dat de compositie en de afzonderlijke figuren tamelijk fantasievol is. Op grond van Pausanias’ beschrijving is duidelijk dat Polygntos zijn schilderij had voorzien van begeleidende teksten. Robert zet die ook en gebruikt daarvoor een antieke vorm van het Griekse alfabet. Ik heb in mijn aanpassing van zijn reconstructie de teksten omgezet naar een genormaliseerd alfabet. Polygnotos baseert zich voor zijn schilderij - zoals al door Pausanias aangegeven - vooral op niet-homerische bronnen, de “Ilioupersis” van de archaïsche dichter Lescheos en verder o.a. de “Kleine Ilias”.


De hieronder getoonde afbeeldingen zijn aanklikbaar voor een vergrote weergave.

Robert (links) laat zijn reconstructie aan de rechterkant van het schilderij beginnen en werkt dan naar links toe. In principe is dit tamelijk willekeurig en een modernere reconstructie - die ook met de scheepsscène begint, gaat precies de andere kant op. Pausanias noemt in zijn beschrijving een aantal matrozen van Menelaos en zijn ook uit andere bronnen bekende stuurman genaamd Strophios. De mannen van Menelaos zijn hier bezig hun spullen in te pakken, de boot in te laden en twee tenten af te breken.

De eropvolgende scène (rechts) wordt grotendeels gekenmerkt door “oorlogsslachtoffers”, veelal Trojaanse krijgsgevangenen én - pontificaal in het midden - Helena van Sparta om wie de hele Trojaanse oorlog begonnen was. Helena wordt geflankeerd door twee dienaressen, Panthalis en Elektra, waarvan de laatste haar de sandalen onder bindt.

De scène krijgt dramatische spanning door de aanwezigheid van Aithra, de moeder van koning Theseus van Athene. Theseus had immers Helena ooit “geschaakt” - voor haar huwelijk met Menelaos - om haar tot een huwelijk te dwingen. Direct erna was hij echter samen met zijn vriend Peirithoos op een noodlottige expedite gegaan om voor Peirithoos een bruid uit de onderwereld te halen. In Theseus’ afwezigheid hadden de broers van Helena haar bevrijd en bij die actie ook Theseus moeder gevangen genomen en als slavin aan Helena geschonken. Na de inname van Troje was Aithra naar het kamp van de Grieken gegaan, waar ze was herkend door één van de zonen van Theseus. Deze vroegen direct om haar vrijlating, maar Agamemnon wilde eerst Helena raadplegen. Op het schilderij staat Aithra als oude vrouw met een kaalgeschoren hoofd voor Helena, terwijl schuin boven haar Eurybates staat, de heraut van Odysseus, die Agamemnon’s boodschap overbrengt. Iets achter Aithra staat Demophon, éen van de zonen van Theseus. Boven deze scène zit de ziener Helenos, die al eerder gevangen was genomen en de Grieken heeft uitgelegd hoe ze Troje konden innemen. Ook zitter er Grieken die tijdens de nachtelijke gevechten in de stad gewond zijn geraakt. Rechts van Helena staan Trojaanse vrouwen die als slavin de Grieken moesten dienen - waaronder Briseïs, het “vriendinnetje” van Achilles. Links van deze scène zitten nog meer Trojaanse vrouwen die eveneens een onzeker lot tegemoet gaan. Opvallend aanwezig zijn Andromache, de vrouw van Hektor met haar zoontje Astyanax; later zal dit jochie door de Grieken van de muur afgesmeten worden, om te voorkomen dat hij tot held op zal groeien. Even prominent is natuurlijk Polyxena, die later door de Grieken zal worden geofferd aan de schim van Achilles.

In de eropvolgende scène wordt de bouwer van het Trojaanse paard getoond, de architect-timmerman Epeios, die nog bezig is de muren van Troje te slopen. Boven de muur uit is nog net de kop van het paard te zien. Helemaal onderaan staat Nestor, met vóór hem een paard dat in het zand ligt te rollen. Schuin daarboven zien we Neoptolemos, de zoon van Achilles, die als enige Griek nog steeds Trojanen aan het doden is. Volgens Pausanias is dat omdat de Leschè min of meer boven het graf van Neoptolemos heeft gestaan, die immers in Delphi was begraven. Volgens sommige bronnen was Neoptolemos namelijk na de Trojaanse oorlog naar Delphi gegaan om daar de god Apollo te straffen voor diens hulp aan de Trojanen bij de dood van zijn vader Achilles. Dat Neoptolemos vooral op het laatst een sinistere rol heeft gekregen blijkt uit meerdere scènes op het schilderij: zowel de dood van Astyanax, als het gruwelijke offer van Polyxena aan Achilles is door Neoptolemos in touw gezet. Deze was hiernaast verantwoordelijk voor de dood van koning Priamos, hoewel deze op een altaar zat om daar de hulp van de goden af te smeken.

Op de volgende scène (waartoe ook de drie bovenste figuren van de vorige afbeelding behoren), zien we opnieuw enkele “oorlogsmisdaden” van de Grieken. Precies in het midden liggen enkele lijken, waaronder dat van koning Priamos. Als “antwoord” op Neoptolemos brute daad zou hij zelf in Delphi komen te overlijden. De scène daarboven laat echter een andere wandaad zien. De Trojaanse prinses Kassandra had haar toevlucht gezocht in de tempel van Athene en zich aan het cultusbeeld vastgeklampt. Ajax had haar echter met bruut geweld uit de tempel gesleurd (waarbij ze blijkbaar het beeld van Athene heeft meegesleept). De Griekse vorsten - die terecht vermoeden dat Athena dit niet op zich laat zitten - hebben Ajax ter verantwoording geroepen. Ajax moet hier een dure eed zweren - waarschijnlijk dat hij haar niet óók nog heeft verkracht - ten overstaan van Agamemnon en Menelaos, gadegeslagen door o.a. Odysseus (die op de doodstraf voor Ajax zou aandringen).

De laatste scène (of mogelijk de eerste) toont het huis van de Trojaan Antenor. Deze had vóor de Trojaanse oorlog de afgezanten van de Grieken in huis gehad die teruggave van Helena kwamen eisen. Ook had Antenor in het overleg door de “senaat” van Troje over deze Griekse eis vurig gepleit voor teruggave van Helena en schadevergoeding. Als dank voor zijn steun aan de Griekse zaak hebben de Grieken hem een seintje gegeven dat hij - als de inname van Troje zou plaatsvinden - een pantervel aan de gevel van zijn huis moest hangen, zodat de Griekse soldaten zouden weten dat ze dáár weg moesten blijven. Op de afbeelding zien we het huis van Antenor (met pantervel), zijn vrouw Theano en zoons Glaukos en Eurymachos. Een slaaf is een ezeltje aan het beladen. Rechts hiervan slepen twee matrozen van Odysseus met het lijk van (de Trojaan) Laomedon, terwijl er meerdere andere lijken liggen.

Voor het tweede schilderij, klik hier.

Lesche van de Knidiërs 1 1KnidiërsNafpaktos