Hephaisteion

Het Hephaisteion, de best bewaarde tempel van Athene, werd gebouwd in het jaar 449 v. Chr. De reden voor zijn relatief goede staat is gelegen in het feit dat hij tussen de 7e en de 19e eeuw in gebruik is geweest als kerk (om die reden zit er nog altijd aan de zijkant van de cella een deur). In de cella (niet toegankelijk) bevindt zich o.a. de grafsteen van Lord Byron.
Het Hephaisteion wordt ook vaak het Theseion genoemd (o.a. bekend van het metrostation Thisio), vernoemd naar de Atheense stichter-held Theseus, die op taltijke metopen staat afgebeeld. De naam Theseion is te danken aan een foutieve identificatie van de tempel met een tempel gewijd aan Theseus zelf. In de tempel stonden Hephaistos en Athene zij aan zij, beiden beschermers van kunst en nijverheid, die “samen” een kind hadden: Hephaistos was al jaren helemaal adolaat van zijn halfzus Athena en toen zij op een dag in zijn werkplaats kwam om hem om hulp te vragen, wilde hij zich aan haar vergrijpen. Een voortijdige zaadlozing (en de harde hand van Athena) maakte een eind aan zijn “avances” en een vieze vlek op Athena’s peplos.Athena pakte een bolltje wol om de viezigheid mee van haar jurk te vegen, waarna zij datzelfde bolletje onnadenkend op de grond gooide. Gaia, de aardgodin, werd hiervan zwanger en baarde de eerste “koning van Athene”, Erichthonios. Deze curieuze mythe stond afgebeeld op het voetstuk van de beide cultusbeelden. Te zien was hoe Gaia het kindje Erichthonios aan Athena aanbood, een allegorie voor de claim van de Atheners dat zij als “kinderen van de aarde” echte autochthonen waren in Griekenland.
Langs de buitenmuur van de cella voor en achter loopt ook nog een z.g. Ionisch fries, min of meer een doorlopende voorstelling, in tegenstelling tot het z.g. Dorische fries bestaand uit metopen en triglyphen helemaal aan de buitenkant. Op de metopen zien we aan de ene kant enkele van de heldendaden van Herakles afgebeeld, aan de andere kant enkele van de heldendaden van Theseus.

 

Alle metopen van het Hephaisteion zijn sterk verweerd. Soms is (met enige fantasie en met dank aan 17e eeuwse tekeningen) de voorstelling nog goed te herkenne. Zo staan aan de oostkant Herakles afgebeeld met 1) de Leeuw van Nemea, 2) de Hydra van Lerna, 3) de Hinde van Artemis, 4) het Erymantische Everzwijn, 5) de Stier van Kreta en 6) Kerberos.

 

De metopen aan de noordkant  tonen enkele van de heldendaden van Theseus, waaronder 5) het Zwijn van Krommyon, 6) Sciron ‘de Schopper’, 7) Kerkyon de worstelaar, 7) Procrustes, terwijl die aan de zuidkant in elk geval 2) Sinis de Pijnboombuiger, 3) de Stier van Marathon en 4) de Minotaurus tonen.

Het fries aan de voorkant toont Theseus in gevecht met de “50 zonen van Pallas” (de Pallantiden). Pallas, een zoon van Pandion en een broer van Aigeus, had lange tijd gehoopt de schijnbaar kinderloze Aigeus te kunnen opvolgen als koning van Athene. Toen plotseling vanuit het niets Theseus kwam opdagen en door Aigeus als zijn rechtmatige zoon en erfgenaam werd erkend, wilden zijn neven hem dit recht bestrijden. Op het fries zien we Theseus strijden onder het toeziend (en vermoedelijk goedkeurend) oog van de goden.

 

Zeer opmerkelijk is de houding die de beeldhouwer Theseus heeft gegeven, de houding van de ‘tirannendoder’ Aristogeiton. Met deze houding toont de beeldhouwer Theseus als voorvechter van de democratie (hetgeen voor een koning op zijn minst merkwaardig is. Dat dit een bewuste keuze is geweest van de beeldhouwer (of de ontwerper van het fries) wordt duidelijk als we eenzelfde idee zien bij de Theseus op het fries aan de achterkant. Daar wordt bewust gerefereerd aan de houding van de andere ‘tirannendoder’ Harmodios. Aangezien de beide standbeelden van Harmodios en Aristogeiton (uitgevoerd door Kritias en Nesiotes) sinds 477 v.Chr. op de agora van Athene (dus vlak bij het Theseion) stonden opgesteld, zal elke Athener  de verwijzing hebben begrepen.(bron: CHARLES. H. MORGAN, THE SCULPTURES OF THE HEPHAISTEION, II. THE FRIEZES )

Het fries aan de achterkant stelt de strijd tussen de Lapithen en de beestmensen Kentauren voor, een allegorie voor de strijd tussen de Perzen en de Grieken, die in 448 v. Chr. ten gunste van de laatsten zou worden beslist. Hiermee is het Hephaisteion in feite net als het Parthenon een monument ter ere van de glorieuze overwinning van de Grieken op de (beestachtige) barbarij. Een mooi detail in dit fries is boven te zien: twee Kentauren zijn in gevecht met de Lapith Kaineus, die echter onkwetsbaar was. Om hem desondanks uit te schakelen, hameren de beestmensen hem met een rotsblok de grond in.

 

Volgens Ovidius, metamorfosen, boek XII, was Kaineus vroeger een vrouw geweest, Kaenis. Caenis werd verkracht door Poseidon, die zich achteraf ‘dankbaar’ toonde en Kainis een wens toestond. Kaenis verzocht daarop Poseidon in een man te worden veranderd, zodat ze dit nooit meer hoefde mee te maken. Aldus geschiedde, en als extraatje gunde Poseidon haar dat ze onkwetsbaar zou zijn voor wapens.

 

Bij het huwelijksfeest voor Peirithoös, koning van de (Griekse) Lapithen en een goede vriend van Theseus, de koning van Athene, vergrepen de Centauren (half paard, half mens) zich aan de vrouwelijke gasten. Daarop ontstond een enorme vechtpartij, waarin Theseus een hoofdrol speelde. De strijd zien we ook afgebeeld op de frontonsculpturen van de grote tempel in Olympia.