Pausanias Project


Sportcomplexen

Gebouwen die de almaar belangrijkere sportieve functie van het heiligdom moesten ondersteunen waren een worstelperk (palaistra) en een gymnasion (een groot rechthoekig gebouw, met een grote binnenplaats gebruikt door de atleten voor de training in speer-, en discuswerpen) opgericht in de 3e en 2e eeuw voor Christus, toen ook een overwelfde toegang vanuit het heiligdom naar het stadion werd aangelegd.  Langs  deze toegang stonden de door Pausanias besproken Zanes, de Zeus-beelden die werden opgesteld op kosten van beboete atleten.

Boven en rechts, de palaistra (worstelperk); onder: de toegang tot het stadion met enkele voetstukken van de Zanes, het stadion  en het altaar voor Demeter Chamyne, gelegen recht voor de tribune voor de hellanodiken

De op de reconstructie weergegeven Zeusbeelden (Zanes) zijn inderdaad best wel saai, maar het verhaal dat Pausanias erover vertelt, maakt duidelijk dat sport ook in de oudheid niet geheel vrij was van corruptie, omkoping of matchfixing. Ik citeer uit 5.21.2 e.v.

Wanneer je namelijk vanaf het Metroön de weg richting het stadion neemt, heb je aan de linkerkant aan het uiteinde van de Kronosheuvel, pal tegen die heuvel aan een platform van steen, met naar boven toe enkele treden. Tegen dat platform aan staan bronzen beelden van Zeus, die zijn gemaakt van de opbrengst van de boetes opgelegd aan atleten, die de reglementen van de Spelen hebben overtreden. Ze worden door de lokale bevolking Zanes genoemd. (3) De eerste Zanes, zes in getal, hebben ze tijdens de 98ste Olympiade opgesteld. Eupolos uit Thessalië had namelijk de deelnemende boksers omgekocht, de Arkadiër Agetor, Prytanis uit Kyzikos en dan nog Phormion, die afkomstig was uit Halikarnassos en in de Olympiade daarvoor had gewonnen. […] (4) Op deze beelden staan – met uitzondering van de derde en de vierde – epigrammen geschreven. Het eerste epigram wil duidelijk maken dat men niet met geld, maar door de snelheid van zijn voeten of door z’n lichaamskracht een Olympische overwinning moet behalen. De verzen op het tweede beeld zeggen dat het beeld daar staat om de god te eren, uit devotie van de Eleërs, en als waarschuwing voor atleten die de regels overtreden. De inhoud van het gedicht op het vijfde beeld behelst allerlei lof voor de Eleërs, niet het minst vanwege de boete voor die boksers. De verzen op het laatste beeld willen dat die beelden een les zijn voor alle Grieken om nooit geld te betalen voor een Olympische overwinning.  

Opvallend is dat deze ene man moest opdraaien voor de kosten van zes manshoge beelden van Zeus. Behalve Eupolos vermeldt Pausanias nog eens vier of vijf beeldengroepen opgericht door andere valsspelers. Een weigering te betalen betekende hierbij uitsluiting van de gehele staat van toekomstige spelen totdat de boete was betaald, terwijl in één geval het collega-heiligdom in Delphi ertoe over is gegaan om de stad Athene de toegang tot het orakel van Apollo te weigeren, omdat Athene zich niks aantrok van uitsluiting van de Olympische Spelen. Het spreekt voor zich (nou ja …) dat Athene uiteindelijk door de bocht ging, de boete betaalde en dat het hele verhaal bij de desbetreffende Zanes kwam te staan..


Klik op de afbeelding voor info over de Spelen.