Pausanias Project


Argolis - Nemea

De Spelen zouden begonnen zijn als lijkspelen voor Opheltes, de baby van de mythische koning van Nemea Lykourgos: Toen het leger van de “zeven tegen Thebe” onder Adrastos aankwam bij Nemea en om water vroeg, heeft de voedster Hypsipyle het kleine prinsje Opheltes even in het gras gelegd om het leger een bron te laten zien. Het jongetje werd gebeten door een slang en stierf, waarna de “helden” de voedster moesten beschermen tegen een strenge bestraffing. De mythische ziener van Adrastos, Amphiaraos zag de dood van Opheltes als een slecht voorteken en heeft daarom de Nemeïsche Spelen laten instellen ter ere van Zeus. De scheidsrechters waren in het zwart gekleed, en de overwinnaars kregen een krans van selderij, een kruid dat geen geluk zou brengen.







Rond het graf van Opheltes verrees een cultusplaats (zie midden onder en reconstructie boven), waar hij  zoenoffers aangeboden werd. Pausanias beschrijft dit heroön:

Hier zie je het graf van Opheltes met eromheen een rand van stenen en binnen de omheining altaren.

Het antieke Nemea (met op de achtergrond de berg Apesas) was in de oudheid van belang vanwege de bekende mythe van Herakles en de Nemeïsche Leeuw, maar vooral ook vanwege de Nemeïsche Spelen die er om de 2 jaar in de zomer werden gehouden. Deze spelen, voor het eerst gehouden in 573 voor Chr., golden als vierde panhelleense festival na de spelen in Olympia, Delphi en op de Isthmos. De organisatie van de spelen was eerst voorbehouden aan het stadje Kleonai, maar werd later overgenomen door Argos, dat de Spelen overnam nadat Spartaanse troepen het heiligdom en de archaïsche tempel hadden verwoest tijdens de Peloponnesische oorlog. Rond 330 voor Chr. liet Philippos van Macedonië de huidige tempel bouwen en de Spelen van Argos weer terug verhuizen naar het grote Zeus-heiligdom. In de Hellenistische tijd kregen de Nemeïsche Spelen ook muziekwedstrijden, naast de atletische onderdelen en de paardenraces. Het antieke stadion was het centrum van de spelen en is – samen met de indrukwekkende resten van de Dorische tempel (330-320 voor Chr.) – in 1994 met steun van de Amerikanen tot archeologisch park omgebouwd.


De hellenistische tempel is in navolging van het Parthenon een schoolvoorbeeld van klassieke tempelbouw, waarbij meerdere trucs zijn toegepast om optische illusies tegen te gaan. Zo lijken zuilen in het midden van dunner dan onder en boven, reden om de zuilen in het midden wat dikker te maken (waardoor ze de vorm van een sigaar krijgen). Hoe verder een zuil af staat van het midden, hoe dikker hij lijkt, terwijl de afstand tussen twee zuilen in in het midden kleiner lijkt dan aan de zijkanten. Daarom zijn de zuilen in het midden iets dikker en staan iets verder uit elkaar. Tenslotte lijkt een rechte architraaf in het midden iets door te zakken, reden voor de bouwers om de zuilen in het midden iets hoger te plaatsen.

          Goed herkenbaar zijn de fundamenten van huizen en een hotel voor de atleten, een antiek badhuis (reconstructie onder) is eveneens redelijk bewaard gebleven.  Het 500 meter verderop gelegen stadion van Nemea is fraai gereconstrueerd, en het museum biedt naast een aantal bijzondere vondsten vooral overzichtelijke maquettes van de hele site.

          De site werd vooral na de verwoesting van Korinthe door de Romeinse generaal Mummius in 146 voor Chr. ernstig verwaarloosd, en steeds minder gebruikt. In de tijd van Pausanias was het stadion al overwoekerd en werd gebruikt als weiland, terwijl het dak van de tempel was ingestort. Een cultusbeeld was ook niet meer aanwezig.  Een vroeg-christelijke basiliek is in de vierde eeuw over de resten van antieke woningen en hotels heen gebouwd, maar is na de opgraving van veel van zijn bouwmateriaal beroofd, waardoor hij maar moeizaam is te herkennen. Op de onder getoonde luchtfoto is de apsis van de kerk goed herkenbaar. Links onder het afdak het badhuis.


VOOR DE NEMEÏSCHE SPELEN, KLIK HIER.