Pausanias Project


Metroön en schathuizen
De derde (vrij kleine) tempel was het z.g. Metroön, gewijd aan de moedergodin Rhea (Cybele), waarvan echter maar weinig bewaard is gebleven. In de Romeinse periode werd dit tempeltje gebruikt voor de keizerverering, hetgeen verklaart waarom de opgravers ter plekke een standbeeld van Claudius en een tweede van Titus  hebben ontdekt.
Foto’s v.l.n.r. metroön voor de schathuizen. Reconstructie F. Adler, Olympia II, de fundamenten van het metroön nu, standbeeld Titus.

Een rij schathuizen, daterend uit de 6e en 5e eeuw voor Christus ligt aan de rand van de Altis aansluitend op het bronhuis van Herodes Atticus, waarvan opnieuw maar zeer weinig bewaard is gebleven. Deze gebouwtjes, net als die in Delphi dienend om erg kostbare, maar ook kwetsbare wijgeschenken in op te bergen, zijn vrijwel allemaal opgericht door de Griekse kolonies in het westen, zuid-Italië en Sicilië. De teruggevonden fragmenten, die soms een vrij nauwkeurige reconstructie mogelijk maken, zijn te zien in het museum van Olympia.
Foto’s onder v.l.n.r. een reconstructie van de rij schathuizen (museum Olympia), de huidige toestand en de gevel van het schathuis van Megara (museum Olympia).

Tussen de schathuizen en de tempel van Hera in lag de pronkfontein (Nymphaion) die door Herodes Atticus was gebouwd (rond 150) in een poging de beschadigde gebouwen van vroeger weer op te knappen. De fontein was het sluitstuk van een aquaduct van zo’n 3 km. lengte, dat het heiligdom van schoon water moest voorzien. De halfronde exedra bevatte 15 niches, waarin standbeelden stonden opgesteld van Herodes Atticus zelf en zijn keizerlijke beschermheren, terwijl aan weerskanten van het eigenlijke bassin miniscule ronde tempeltjes stonden opgesteld. Een marmeren stier bevat een inscriptie van Regilla, de vrouw van Herodes Atticus, waarin zij (als priesteres) claimt het bronhuis aan Zeus te hebben geschonken.

Fontein van Herodes Atticus