Pausanias Project


De latere Romeinse tijd, per definitie na Pausanias, heeft Griekenland (en dan vooral het zuiden) slechts weinig beduidende bouwwerken opgeleverd, en daarentegen ontzaglijke vernielingen. Waar de Heruliërs halverwege de 3e eeuw al grote delen van Griekenland in de as wisten te leggen (in Athene werd eigenlijk alleen de Akropolis gespaard, waarna een nieuwe muur in Athene slechts een minuscuul deel van de oude stad moest beschermen), hielden de Gothen in de 4e eeuw nogmaals huis in grote delen van Griekenland.

          De opmars van Alaric in de 4e eeuw was oorspronkelijk gericht op Constantinopel, maar toen hij daar niets wist uit te richten, trok hij zuidwaarts door Thessalië en de pas bij Thermopylai Griekenland binnen. Hij brak na enige tijd het beleg van Athene af (hij meende gezien te hebben hoe de godin Athena met helm, schild en speer over de muren wacht liep), waarna hij werd onthaald door de bevolking en zelfs een tour door de stad kreeg aangeboden. Vervolgens richtte hij zijn plundertochten richting Eleusis (dat hij definitief vernietigde: de mysteriën zouden nooit meer gevierd worden) en de Peloponnesos, waar hij de belangrijkste steden (Korinthe, Argos en Sparta) innam en een groot deel van de bevolking als slaven verkocht. Uiteindelijk wist hij met het grootste deel van zijn buit naar het noorden van Griekenland te ontkomen, en werd hij zelfs door de keizer van het Oost-Romeinse Rijk benoemd tot magister militum per Illyricum (commandant van de ruiterij in Illyrië), een titel die hem het gewenste respect van de keizer opleverde, naast het recht zijn mannen te ravitailleren op kosten van de keizerlijke opslagplaatsen van voedsel en wapens.

         Aan typisch Romeinse bouwwerken van na Pausanias moeten we natuurlijk voor alles verwijzen naar de triomfboog in Thessaloniki, met zijn typische Romeinse vormentaal van soldaten, overwonnen vijanden en een triomferende keizer (die door een adelaar, symbool van Iuppiter-Zeus, een overwinningskrans op het hoofd gezet  krijgt).


Vroegchristelijke kerkarchitectuur

Fortificaties

Van groot belang zijn verder de laatromeinse fortificaties, gebouwd om de volksverhuizingen van de 3de, 4de en 5de eeuw te kunnen stuiten. Zo liet keizer Theodosius II dwars over de Isthmus van Korinthe een grote verdedigingmuur neerzetten, de z.g. Hexamilia of Zesmijlsmuur. Grote delen hiervan zijn nog te zien, iets wat deels te danken is aan de veelvuldige restauraties uit later eeuwen.

Twee maal de Hexamilia bij de Isthmus

Laat-romeinse periode

De belangrijkste architectonische restanten van vroegchristelijk Griekenland zijn natuurlijk de ruïnes van de oudste basilica’s, die overal verspreid door Griekenland liggen en getuigen van de snelle (en totale) vervanging van de oude religie, die juist Pausanias nog zo heeft geïnspireerd. In deze tijd werden ook de meeste tempels van Griekenland bewust vernield door religieus geïnspireerde fanatici.

          De oudste kerken gebouwd in Griekenland hebben nog de typerende vorm hebben van de Romeinse basilica: een langwerpig gebouw met een apsis op het einde en twee rijen zuilen, die het gebouw in een middenschip met twee zijbeuken verdelen. Bij de Romeinen gebruikt als zaal waar veel volk bijeen kon komen voor de handel of rechtsspraak, was de basilica per definitie beter geschikt als kerkgebouw dan de Grieks-Romeinse tempel, die als huis voor de godheid diende en geen plek had voor grote groepen gelovigen. Zoals bij alle latere byzantijnse kerken wordt het achterstuk met de apsis afgescheiden van de rest van de kerk door een houten scherm, dat later meestal was versierd met ikonen en dan de naam iconostasis draagt

De triomfboog van Galerius (297), opgericht na een overwinning op de Perzen, als onderdeel van een veel groter complex. Tekening boven: de Galerius-boog uit 1755. Bron: Daniël Koster, Naar ‘t heerlijk Griekenland, Verbeelding! Voer mij heen, Groningen 1993 p. 33.