Pausanias Project


Origineel of kopie

Origineel of kopie?


Hoe bedenken ze het? Die vraag komt al gauw op bij wie in een museum de opmerking tegenkomt dat een bepaald beeld een Romeinse kopie is van een verloren gegaan Grieks origineel. Vaak zijn er meerdere aanwijzingen. Antieke schrijvers als Pausanias, maar ook Plinius en anderen vermeldden dikwijls beelden van beroemde beeldhouwers, en geven er soms ook een beschrijving van. De ontwikkeling van de Griekse beeldhouwkunst is vrij goed bekend, terwijl ook de bekendste Griekse kunstenaars goed gedateerd zijn. Als er nu aantoonbaar van een en hetzelfde beeld meerdere kopieën bestaan, ligt het voor de hand dat het kopieën zijn van een beroemd werk van een van de grote meesters. Het enige dat men daarna nog moet doen is een waarschijnlijke match maken op basis van de beschrijvingen van Pausanias of Plinius. Soms ook staat op het voetstuk aangegeven van welke kunstenaar een werk zou zijn.


Dát de Romeinen meesters waren in het vervaardigen van kopieën wordt duidelijk bij vergelijking van de naaststaande foto’s. De eerste toont ons een bronzen beeld, gevonden in een kelder in de Peiraieus, de haven van Athene, waar meerdere beelden klaar stonden om te worden verscheept naar Rome, waarschijnlijk na de plundering van de stad door Romeinse soldaten onder Sulla. Om onopgehelderde redenen hebben de plunderaars/smokkelaars de beelden vervolgens uit het oog verloren en vergeten. Het marmeren beeld rechts is een Romeinse kopie uit het Louvre. Duidelijk is de hoge kwaliteit van de kopie, maar ook de afwijkingen van het origineel, zoals de houding van de rechterhand. De steenhouwer heeft de arm naar beneden moeten afbeelden, om het risico van afbreken te verminderen. De kunstenaar van het bronzen origineel is niet met absolute zekerheid vastgesteld. Sommigen wijzen het beeld toe aan de de kunstenaar Kephisodotos, vanwege de vergelijkbare uitwerking van de peplos van de godin met die van het beeld van Eirene (Vrede). Als dat klopt, is het beeld mogelijk afkomstig uit het heiligdom van Zeus Soter en Athena Soteira in de Peiraieus. Anderen leggen een verband met de kunstenaar Euphranor, omdat het beeld ook gelijkenis vertoond met dat van de Apollo Patroos op de Agora. Zeker is wel dat het beeld, met een hoogte van 2.35 m. een cultusbeeld is geweest. Het is onbekend wat Athena in haar rechterhand heeft vastgehouden, een Nikè-beeld, een uil?



Pheidias


Het standbeeld van Athena dat in het Parthenon stond, werd in 432 v. Chr door Pheidias gemaakt. Het was een kolossaal beeld, de afmetingen weet men niet precies omdat het beeld verloren is gegaan. Het stelt de godin Athena Parthenos voor staand en gewapend. Het standbeeld was gemaakt van ivoor en goud. De helm was versierd met een sfinx op de bovenkant en met griffioenen in reliëf op de zijkanten. Op de palm van haar uitgestrekte hand hield ze een beeld van Nike en in haar andere hand hield ze een speer. Aan deze kant stond ook een schild tegen haar been, waarin een slang kronkelde; dit stelde waarschijnlijk Erichthonios voor. Op het voetstuk was de geboorte van Pandora afgebeeld, volgens sommigen de eerste vrouw. Op de borst was van ivoor het hoofd van Medusa afgebeeld. Het hier getoonde beeld is één van de beste kopieën uit de oudheid (nu in het Nationaal-Archeologisch Museum), en vormt samen met de beschrijving door Pausanias en enkele andere afbeeldingen de voornaamste bron om een idee te krijgen van het origineel. Een erg fraaie reconstructie van het Athena-beeld is te vinden in Nashville in Amerika, waar binnenin een op ware grootte gebouwde replica van het Parthenon oog een op ware grootte gemaakt beeld staat. Een andere replica bevindt zich dichter bij huis in de Heilige Land stichting (nu: Museumpark Orientalis). Voor de versiering van het schild (ook uit Pausanias), zijn andere kopieën gebruikt, onder andere uit het museum van Patras.










Kephisodotus


Pausanias vertelt dat de beeldhouwer Kephisodotos (fl. 400-360) een standbeeld maakte van de godin Eirene (Vrede) met het kindje Ploutos (Welvaart) op haar arm, om het belang van vrede te benadrukken. Dit beeld stond opgesteld op de agora in Athene en werd vervaardigd na het sluiten van een vredesverdrag tussen de Atheners en Spartanen. Een indruk van dit beeld wordt gegeven door meerdere Romeinse kopieën ervan, waarvan de best bewaarde in de Glyptotheek in München staat. Zoals de Romeinse munt laat zien, heeft Eirene oorspronkelijk een stok/staf vastgehouden en hield ze in haar linkerarm ook nog een Hoorn des Overvloeds, om de symboliek nog eens te benadrukken. Zeer fraai is de liefdevolle blik uitgewisseld tussen de twee, een kenmerk voor de ontluikende vierde eeuw. Het beeld dateert uit ongeveer 375 v.Chr. Op basis van andere kopieën en muntafbeeldingen is het mogelijk een goed idee van de compositie te krijgen.








Praxiteles


Bekend van Romeinse kopieën is ook het werk van Praxiteles, waarschijnlijk de zoon of neef van Kephisdotos, die de Griekse beeldhouwkunst ingrijpend heeft beïnvloed. Van enorme invloed is zijn beeld geweest van een Aphrodite, die uiteindelijk in Knidos kwam te staan. Dit hoogbewonderde beeld (links op een muntje uit Knidos, helemaal links een Romeinse kopie) veroorzaakte in zijn tijd een enorme rel, omdat Praxiteles de escortdame Phryne model liet staan voor de godin, wat veel mensen blasfemie vonden. Phryne werd voor de rechter gedaagd, waar het er heel lang naar uitzag dat zij de doodstraf niet zou kunnen ontlopen. Ten einde raad maakte de verdediging de mantelspelden los, die haar kleding vasthielden, zo het meisje ontblotend. In tranen riep de redenaar dat het toch verschrikkelijk zou zijn als zoveel schoons verloren zou gaan! De jury besloot hierop tot vrijspraak, maar er werd een wet aangenomen die het verbood in het vervolg verdachten te ontbloten in de rechtszaal, of als redenaar in tranen uit te barsten (Athenaeus, Deipnosofisten). Het werk was bedoeld om van alle kanten te worden bekeken, reden waarom er een ronde tempel voor de godin werd aangelegd. Van belang is vooral dat Praxiteles het als eerste aan durfte om de godin naakt af te beelden, iets waar de oudere beeldhouwers voor waren teruggeschrokken.. Afgezien van de tientallen kopieën, lieten kunstenaars zich vaak ook door dit beeld inspireren. Later zou Phryne erin slagen Praxiteles een nieuwe Aphrodite te laten maken, die ze liet opstellen in de tempel van Eros bij Thespiae. Meestal gaat men ervan uit dat de “Venus van Arles” hierop teruggaat. Beneden van links naar rechts, de “Venus van Arles”, Apollo Sauroktonos (de Hagedissendoder), de Venus Capitolinus (een Romeins beeld geïnspireerd op de Knidische Aphrodite, Louvre) en het enige origineel van Praxiteles, Hermes met de baby Dionysos op zijn arm. Dit beeld, gevonden in Olympia in de tempel van Hera, waar Pausanias aangeeft dat hij dit beeld “van Praxiteles” heeft gezien. Zeer indrukwekkend is de liefdevolle blik tussen de twee halfbroers, die we verder vooral kennen van de Eirene van Praxiteles’ vader/oom.













Populair was ook de veelvuldig gekopieerde Venus Genetrix (rechts in het Louvre, en in een mindere versie in het Paul Getty museum), alhoewel het niet mogelijk is gebleken hier de naam van een kunstenaar aan te verbinden. Qua stijl valt het beeld duidelijk net voor de vierde eeuw: de godin heeft een wel heel doorschijnend gewaad aangekregen in plaats van dat ze (zoals in de vierde eeuw zou zijn gebeurd) eenvoudig naakt werd afgebeeld. Vergelijkbaar is de beroemde Nikè van Paionios in het museum van Olympia. Het beeld is vooral zo populair geworden, omdat Julius Caesar het in de tempel voor zijn “stammoeder” Venus liet opstellen. Vaak zien we dat de naakte delen van de godin van een ander materiaal waren gemaakt, dan de “bedekte”. Onduidelijk is of dit ook bij het origineel zo was.


Lysippus van Sikyon



Zeer bekend is ook de zogeheten Farnese Hercules, gevonden in het badhuis van Caracalla, naar alle waarschijnlijkheid een vergrote kopie van een werk van Lysippus uit Sikyon (390-330 voor Chr.). Deze zeer beroemde kunstenaar, die als enige een standbeeld van Alexander de Grote mocht maken, heeft meer dan 1500 beelden gemaakt, waarvan er meerdere middels kopieën bekend zijn geworden. De enorme Hercules (nu in het archeologisch museum van Napels) is verder bewaard in het klein in marmer (Agora Museum, ook één in Leiden) en brons (Louvre).

Hercules is overduidelijk vermoeid en rust uit, met de huid van de leeuw van Nemea gedrapeerd over een rotsblok. Achter zijn rug houdt hij één van de appels van de Hesperiden, die hij in opdracht van Eurystheus heeft gehaald uit een tuin aan de uiterste rand van de aarde. Andere bekende werken van Lysippus zijn de “Eros spant zijn boog” en de Apoxyomenos (Olieschraper).


Op deze manier zijn door beschrijvingen bij Pausanias of Plinius, door Romeinse kopieën en/of afbeeldingen op munten van tientallen beelden redelijk bekend hoe ze eruit hebben gezien, ook al zijn er vrijwel geen Griekse originelen over. Omgekeerd is er van de bronzen originelen die bewaard zijn gebleven (Wagenmenner in Delphi, Poseidon/Zeus van Artemisium etc.) zelden of nooit de beeldhouwer bekend.