Pausanias Project


Athene - peripatos
De “Peripatos” in Athene is een wandelpad rondom de Akropolis, dat al in de oudheid bestond als “sightseeing tour”, zoals blijkt uit de z.g. “Peripatos-inscriptie” die rechts staat afgebeeld. De inscriptie bevindt zich nog  in situ en is deels goed leesbaar. Aan dit wandelpad liggen tal van bijzondere plaatsen en kleinere heiligdommetjes, waarvan er vele door Pausanias worden genoemd. Enkele van de meest belangwekkende zaken worden hier getoond.

Meerdere grotten ten oosten van de Klepsydra in de voet van de Akropolis werden ook gebruikt om bepaalde goden te vereren. Een eerste heilige grot stond bekend als Apollo Hyp’ Akrais, of “Apollo-onder de Toppen” (foto rechts). Volgens Pausanias zou Apollo hier hebben geslapen met Kreousa, de dochter van koning Erechtheus. Erechtheus zelf woonde natuurlijk bovenop de Akropolis, destijds nog een burcht ter bescherming van het paleis en zijn schatten. Nadat Kreousa haar kind had gekregen, legde ze het te vondeling, waarna Apollo het kindje, dat gevaar liep te worden opgegeten door wilde dieren, door Hermes liet redden en naar Delphi brengen. Daar groeide het kind op, inmiddels Ion genaamd, om zijn leven in dienst van Apollo door te brengen. Kreousa trouwde ondertussen met een zekere Xouthos of Xanthos, maar kon haar goddelijke minaar niet vergeten. Ze vroeg de goden om raad en kreeg opdracht naar Delphi te gaan met haar echtgenoot en daar het eerste het beste kindje te adopteren dat ze tegen kwan. Dat werd natuurlijk Ion, die zo met haar zoon herenigd werd.



De z.g. Klepsydra-bron (waarvoor zie Pausanias 1.28.4, foto links) op de plek waar de Peripatos aansluit op de weg van de Panathenaiën, was al in gebruik in de Myceense periode. Volgens een inscriptie uit de 5de eeuw voor Chr. werden in deze “grot” nimfen vereerd, terwijl er later door Kimon een bronhuis is aangelegd, met een cisterne. In de laat-klassieke periode, na de verwoesting van Athene door de Heruliërs, is de bron naar buiten toe afgesloten, die daarna uitsluitend toegankelijk was via een trap vanaf de Akropolis. In de Byzantijnse periode is het geheel verbouwd tot een kapel, gewijd aan de Apostelen.

De volgende grot is die van Zeus Keraunios (foto midden), met sporen van een altaar er recht voor. De grot is gewijd aan Zeus in zijn capaciteit van God van de Bliksem, omdat ter plekke de bliksem was ingeslagen.


De derde belangrijke grot (foto rechts) was gewijd aan de god Pan, en is hem gewijd vanwege de hulp die Pan de Atheners had gegeven bij de slag bij Marathon tegen de Perzen.

Opmerkelijk is het kleine openlucht heiligdom voor Aphrodite en Eros dat in 1932 is opgegraven. In de rotswand zien we talloze kleinere nissen, vergelijkbaar met het heiligdom bij Dafni, waarin in de oudheid beeldjes of andere wijgeschenken als e.g. Vazen werden geplaatst. Karakteristiek zijn vooral de marmerplaatjes met afbeeldingen van mannelijke of vrouwelijke genitaliën. Mogelijk heeft dit heiligdom verband met de door Pausanias genoemde “Arrephoria”, waarbij jonge meisjes via een geheime, onderaardse gang afdaalden van de Akropolis naar beneden met een mandje met mystieke voorwerpen..

Bijzonder is de vondst van een oude Myceense waterput, die destijds slechts vanaf de Akropolis toegankelijk was. Bewaard zijn nog enkele gaten in de rotswand die hebben gediend ter bevestiging van een houten constructie voor een lange trap naar beneden naar de put. Helaas is het de meeste toeristen niet toegestaan deze spleet in de rotswand te bekijken, voornamelijk omdat de suppoosten niet van het belang ervan op de hoogte lijken te zijn. Zo goed als zeker werd deze trap nog in de klassieke periode gebruikt voor de rite van de “Arrephoria”, de tocht van de “Geheimendraagsters” midden in de nacht vanaf de Akropolis naar beneden. Bij dit festival (dat door Pausanias werd beschreven) daalden jonge meisjes, die een jaar op de Akropolis hadden verbleven, ‘s midden in de nacht af, met een mandje met mystieke en bij iedereen onbekende voorwerpen op hun hoofd. Dit ritueel staat mogelijk in verband met de godin Athena, die de dochters van Kekrops ook een mandje met een geheim in bewaring gaf. Van de dire dochters kon er uiteindelijk slechts één haar nieuwsgierigheid bedwingen. De beide andere meisjes keken stiekem in het mandje, en zagen daar het kindje Erechtheus, half mans, half slang. Waanzinnig geworden, stortten ze zich van de Akropolis naar beneden, hun dood tegemoet.Ook Aristophanes verwijst naar deze trap.

Het volgende grotje, gewijd aan Aglauros, één van de dochters van Kekrops (zie boven), heeft in de archeologie van Athene een kleine revolutie tot gevolg gehad. De vondst van een inscriptie voor een priesters van Aglauros bij een grot aan de oostzijde van de Akropolis, heeft alle speculaties over de precieze locatie van dit heiligdom beeindigd. De grot van Aglauros lag aan de oostzijde van de Akropolis. Aangezien Pausanias vermeldt dat hij vanuit de gewijde ruimte van het Theseus-heiligdom de grot van Aglauros kon zien, moet ook dit heiligdom aan de oostzijde hebben gelegen. Een en ander maakt dat er bij Pausanias sprake moet zijn van een “Oude Agora”, ten oosten van de Akropolis, waar zowel het Theseus-heiligdom lag, als het befaamde prytaneion, waar allerlei beelden werden bewaard en de originele wetten van Solon.

Tenslotte is het Asklepios-heiligdom ten westen van het Dionysos-theater van belang, gezien de moderne restauratiewerkzaamheden, die enige indruk van het antieke heiligdom mogelijk hebben gemaakt. De verering van Asklepios in Athene werd pas tijdens de Peloponnesische oorlogen geïntroduceerd, een 10 jaar na de pestepidemie (420 voor Chr.). In het heiligdom zijn de fundamenten van de tempel zichtbaar (10,4 x 6 m.) en een groot altaar (6 x 3,5 m.). Ten noorden daarvan lag een grote zuilenhal (50 x 10 m.) in twee verdiepingen, die als slaapplaats voor de zieken heeft gediend, met aan de westkant een vierkant kamertje met een kuil voor de resten van de verschillende offers (bereikbaar via een trap). Ten zuiden van de tempel is in de Romeinse periode een tweede zuilenhal aangelegd, terwijl westelijk van de grote zuilenhal nog een tweede zuilenhal is aangelegd met 4 kamertjes van 6 x 6 m., mogelijk als tweede ziekenzaal, of als gastverblijf. Een heilige bron achter de grote stoa, en een monumentale toegangspoort completeerden het complex. Momenteel is slechts een klein stuk van de grote zuilenhal gerestaureerd (op de foto beneden aangegeven in oranje), alhoewel er hard aan verdere restauraties wordt gewerkt.

Asklepios-heiligdom

Grot van Aglauros

Aphrodite in de Tuinen