Pausanias Project


Athene: Agora Een “grenssteen” om de exacte grenzen van de agora aan te geven. In antiek Atheense letters staat er horos eimi tes agoras (Ik ben een grensmarkering van de agora). Nu te zien onder de overkapping van het agora-museum.

De Stoa Poikile, uit “The Athenian Agora”. Klik voor een reconstructie van  het schilderij over de Slag bij Marathon op de afbeelding (en zie Pausanias’ beschrijving in 1.15).

De Stoa Poikile (links) aan de rand van de agora was een belangrijk monument. Versierd met enorme schilderijen van een drietal belangrijke schilders uit de Griekse oudheid, Polygnotos, Mikon en Panainos, werd deze stoa onder meer gebruikt als “collegezaal” door de filosoof Zeno van Kition, die daarmee de stichter werd van de filosofenschool “de Stoa”. Ook werd beroemde oorlogsbuit in de stoa tentoongesteld, zoals de schilden veroverd op de Spartanen bij Pylos.

stoa_poikile_painting

Klik op de afbeeldingen voor informatie over deze gebouwen

Hephaisteion, Odeion van Agrippa, Stoa van Attalos

Metroön

Van groot belang voor het functioneren van de Atheense democratie waren een aantal gebouwen aan de oostrand van de agora, aan de voet van het Hephaisteion. Zo zien we (van noord naar zuid) daar het Metroön, waar niet alleen een heiligdom was gevestigd voor de Moeder van de Goden (waar het metroön naar is vernoemd), maar waar ook de archieven van de staat werden bewaard. Bezien vanaf het noorden hebben we eerst een grote kamer (met twee verdiepingen) rondom een binnenplaats met omlopende zuilengang en een alteer in het midden (leeszaal), dan een archiefzaal, het eigenlijke metroön en nogmaals een archiefzaal.

Nieuw bouleuterion

Direct achter het metroön lag het z.g. Nieuwe Bouleuterion, gebouwd tegen het eind van de 5e eeuw als opvolger voor het Oude Bouleuterion, waarvan de fundamenten deels onder het metroön lagen. Het bouleuterion is gebouwd om te dienen als raadzaal voor de Atheense boule, de Raad, die o.a. tot taak had om de agenda vast te stellen voor de onderwerpen die werden behandeld in de volksvergadering. Deze raad (met 500 leden, 50 uit elk van de 10 stammen van Athene) werd jaarlijks opnieuw per loting vastgesteld. De 50 burgers van elke stam fungeerden gedurende 1/10 deel van het jaar als prytaneis, het dagelijks bestuur. De rangschikking en vorm van de banken is onzeker.

Monument van de Eponieme Helden

Direct voor het metroön lag het monument voor de eponieme helden, in principe weinig meer dan een enorm voetstuk, waarop tien standbeelden waren neergezet die de heroën moesten voorstellen naar wie de 10 stammen van Athene waren genoemd.Het monument moest de eenheid van de stad versterken, doordat elke held semi-goddelijke verering kreeg toegemeten. Het voetstuk werd daarnaast gebruikt als officieel “prikbord” van de stad, waar o.a. wetsvoorstellen werden aangeplakt. Aan de oorspronkelijke tien heroën waren in de tijd van Pausanias Ptolemaios III Euergetes, Attalos I en Hadrianus toegevoegd.

Tenslotte stond zuidelijk van het metroön de tholos van Athene, het hoofdkwartier van de Atheense regering. Een aantal prytanen sliep hier ‘s nachts, zodat er ten alle tijde functionarissen van de regering aanspreekbaar zouden zijn. Ook dineerden en vergaderden de prytanen hier. In de tholos werd een set standaard gewichten bewaard om alle in Athene gebruikte gewichten mee te kunnen ijken, terwijl het gebouw ook het middelpunt was voor verscheidene cultussen. De oorsponkelijke tholos had 6 zuilen die gezamenlijk het dak moesten dragen, terwijl keizer Hadrianus het gebouw later moderniseerde door er een koepel op te zetten. Hiernaast een reconstructie van een mogelijke opstelling van de 25 aanligbedden die een diner van de 50 prytanen mogelijk maakten.

Tholos

Tempel van Apollo Patroos

Een klein Ionisch tempeltje, tetrastyl in antis, is volgens Pausanias een tempeltje van Apollo Patroos. Apollo was een van de “patroonheiligen” van de Atheense staat, vooral verbonden met de z.g. “Broederschappen” waar kinderen van Atheense burgers formeel aan elkaar werden gepresenteerd. Apollo was de “voorvaderlijke” als vader van Ion, de eponieme heros en voorvader van alle Ioniërs, waaronder ook de Atheners zich rekenden

Apollo Patroos van Euphranor (?), te zien onder de overkapping van de Stoa van Attalos. Oorspronkelijk heeft de god een kithara in z’n handen gehouden.

Thucydides (6.55.1) vertelt dat Peisistratos, een kleinzoon van de bekende tiran van Athene, tijdens zijn archontschap een altaar op de agora heeft gebouwd gewijd aan de 12 goden. Het heiligdom bestond uit een heilige hof (omgeven door een laag stenen hek) met een altaar in het midden. Direct ervoor ligt een marmeren standbeeldsokkel met de tekst: “Leagros, de zoon van Glaukon, wijdde (dit) aan de 12 goden”. De onderbouw voor het stenen hek is nog bewaard gebleven, het grootste deel van de heilige hof  is door de aanleg van de metrolijn naar de Peiraieus verdwenen.

12-godenaltaar